Belangrijkste voorwaarden Noodfonds (NOW)

3 april 2020

Vanaf 6 april kunnen werkgevers een aanvraag indienen voor tegemoetkoming in de loonkosten in de periode van de drie aaneengesloten maanden maart-april-mei. Wij zetten de belangrijkste voorwaarden voor een uitkering uit het Noodfonds op een rijtje:

  • De omzet over de periode is tenminste 20% lager ten opzichte van de jaaromzet 2019 gedeeld door 4. Als de werkgever verwacht dat niet in maart-april-mei het verlies aan omzet zichtbaar wordt maar iets later, kan de werkgever aangeven dat hij voor de omzetvergelijking één of twee maanden later met de drie-maandsperiode wil starten. De werkgever mag dan uitgaan van de omzet over april-mei-juni of mei-juni-juli.
  • De tegemoetkoming is gelijk aan: het percentage omzetdaling x de loonsom over januari 2020 x 3 x 1,3 x 0,9.
  • In de loonsom januari 2020 telt het loon per werknemer mee voorzover het loon niet meer bedraagt dan € 9.538 per maand. Het loon van DGA’s die niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen telt in het geheel niet mee. Het loon van zieke werknemers telt wel mee.
  • De loonsom over januari 2020 wordt verminderd (de definitieve tegemoetkoming wordt verminderd) als de werkgever minder loon uitbetaald in de periode dan in januari 2020, bijvoorbeeld omdat flexwerkers die in januari 2020 in dienst waren niet worden opgeroepen/uitbetaald in de periode.
  • De loonsom over januari 2020 wordt verminderd (de definitieve tegemoetkoming wordt verminderd) als de werkgever in de periode 18 maart tot en met 31 mei 2020 ontslagaanvragen indient wegens bedrijfseconomische redenen. De regering hecht er veel waarde aan dat geen ontslagaanvraag wordt ingediend. Als ‘boete’ voor het toch aanvragen van ontslag wordt voor de berekening van de vermindering van de tegemoetkoming het loon van de ontslagen medewerker verhoogd met 50% wat dus tot een ‘versnelde’ vermindering van de tegemoetkoming leidt.
  • Bij vierwekenverloning moet de loonsom week 1 – 4 worden verhoogd met 8,33%.
  • De omzetdaling wordt beoordeeld ‘op groepsniveau’. De regels in het Burgerlijk Wetboek zijn bepalend of sprake is van ‘een groep’. De datum waarop bepaald moet worden of sprake is van een groep is 1 maart 2020.
  • De aanvraag voor een voorschot van 80% van de tegemoetkoming moet worden ingediend vóór 1 juni. Binnen 24 weken na afloop van de periode moet de werkgever een aanvraag indienen voor een definitieve vaststelling van de tegemoetkoming. Wordt de aanvraag voor definitieve vaststelling niet tijdig ingediend dan vervalt het recht op de tegemoetkoming en moet een voorschot volledig worden terugbetaald.
  • Als de werkgever voor 17 maart 18.45 uur al een aanvraag voor werktijdverkorting (WTV) heeft ingediend en het UWV nog niet op die aanvraag heeft beslist, wordt die aanvraag automatisch meegenomen als aanvraag tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW-regeling. Daartoe is werkgever wel verplicht de WTV-aanvraag aan te vullen met de nog ontbrekende informatie en moet hij het dossiernummer van die aanvraag vermelden.
  • De tegemoetkoming wordt verstrekt per loonheffingennummer. Voor ieder loonheffingennummer moet een afzonderlijke aanvraag worden ingediend. De periode moet voor iedere aanvraag gelijk zijn.
  • Het bankrekeningnummer van de werkgever moet overeenstemmen met het bankrekeningennummer dat gebruikt wordt voor de loonheffingen.
  • De tegemoetkoming mag alleen worden gebruikt voor uitbetaling van loon aan werknemers.
  • De verplichting van de werkgever om de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of, bij ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de tegemoetkoming.
  • De werkgever moet een controleerbare administratie voeren en deze tot 5 jaar na de vaststelling van de tegemoetkoming bewaren. De administratie kan opgevraagd worden voor controle.
  • De werkgever moet tijdig aangifte loonheffingen blijven doen.
  • De werkgever moet onverwijld en schriftelijk ‘de Minister’ informeren als er zich omstandigheden voordoen die van belang zijn voor de aanvraag en vaststelling van de tegemoetkoming.
  • Na afloop van de periode moet een accountant, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep, een verklaring afgeven van de werkelijke omzetdaling in de periode. Deze verklaring moet bij de definitieve aanvraag voor de tegemoetkoming worden gevoegd.
  • De werkgever moet tot 5 jaar na de vaststelling van de tegemoetkoming alle informatie verschaffen waar om wordt gevraagd bij een onderzoek / controle.
  • Als de werkgever een loonkostensubsidie heeft aangevraagd in de zin van de Participatiewet, moet de werkgever het college van burgemeesters en wethouders over de tegemoetkoming informeren.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws