Belastingplan 2018

25 september 2017

De belangrijkste wijzigingen voor u samengevat

Loon- en inkomstenbelasting

Heffingskortingen en tarieven

Behalve de jaarlijkse wijzigingen in de tarieven, tariefschijven en heffingskortingen ten opzichte van 2017 zijn er geen bijzondere aanpassingen voorgesteld.

Verlenging multiplier giftenaftrek

Sinds 1 januari 2012 geldt een verhoogde giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen. De verhoging bedraagt 25% van de gift met een maximum. Deze tijdelijke stimuleringsmaatregel zou per 1 januari 2018 komen te vervallen maar wordt nu voor 1 jaar verlengd.

Tijdklemmen kapitaalverzekeringen

De tijdklemmen om in aanmerking te komen voor een vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW), of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) zijn per 1 april 2017 in hun geheel vervallen. Dit betekent dat de eis dat gedurende ten minste vijftien jaar jaarlijks premies moeten zijn betaald (KEW) dan wel bedragen moeten zijn ingelegd (SEW of BEW) niet langer wordt gesteld. Voor het toepassen van de hoge vrijstelling is het dan voldoende dat jaarlijks premiebetaling of inleg heeft plaatsgevonden binnen een bandbreedte van 1:10 en dat de uitkering wordt aangewend voor de (gedeeltelijke) aflossing van de eigenwoningschuld.

Vennootschapsbelasting en dividendbelasting

Meer winst onder het lagere VPB tarief vanaf 1 januari 2018

Hoewel het geen onderdeel is van het belastingplan 2018 noemen wij deze wijziging hier toch in verband met de mogelijkheid om nog winsten van 2017 te verschuiven naar 2018. De eerste schijf van de vennootschapsbelasting (20% VPB) wordt in 2018 verlengd van € 200.000 winst naar € 250.000 winst. Vervolgens wordt dit bedrag stapsgewijs doorgetrokken naar € 350.000 in 2021. Over het meerdere blijft het tarief 25%.

Houdstercoöperaties en dividendbelasting

Volgens de huidige wet zijn dividenden die een Nederlandse coöperatie uitkeert in principe niet onderworpen aan Nederlandse dividendbelasting, behalve in bepaalde misbruiksituaties. Nederlandse B.V.’s/N.V.’s moeten daarentegen in principe 15% belasting inhouden over aan aandeelhouders uitgekeerde dividenden. Het wetsvoorstel beoogt om houdstercoöperaties dividendbelasting in te laten houden indien één van de leden van de coöperatie een kwalificerend lidmaatschapsrecht houdt. Een kwalificerend lidmaatschapsrecht doet zich voor indien een lid een belang houdt in de coöperatie van ten minste 5% en daardoor gerechtigd is tot eventuele winsten en/of liquidatieopbrengsten. Een coöperatie kwalificeert als houdstercoöperatie indien de feitelijke werkzaamheden voor 70% of meer bestaan uit het houden van deelnemingen of het (in)direct financieren van verbonden lichamen.

 Autobelastingen

BPM

Afschrijving op basis van werkelijke waarde

Voor bestelauto’s wordt toegestaan dat in bepaalde situaties de afschrijving mag worden bepaald aan de hand van de werkelijke waarde. Derhalve geldt in dergelijke situaties niet langer de verplichting om af te schrijven op basis van de forfaitaire afschrijvingstabel. De wetswijziging is ten eerste van belang voor geïmporteerde bestelauto’s waarvoor bij eerste registratie in Nederland is geopteerd voor de ondernemersvrijstelling en waarbij de auto binnen vijf jaar wordt verkocht. Ten tweede is de wetswijziging van belang indien sprake is van de ombouw van een bestelauto tot een personenauto, waardoor verschuldigdheid van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) ontstaat.

Openbaarmaking catalogusprijs personenauto’s en motorrijwielen

Met ingang van 1 januari 2018 geldt de regel dat de catalogusprijs van een (bijzondere) personenauto, bestelauto of motorrijwiel publiekelijk kenbaar moet worden gemaakt. Dit helpt de belastingplichtige om een correcte BPM-aangifte te doen of een correcte bijtelling te hanteren voor de loon- en inkomstenbelasting. Tevens vereenvoudigt het de controle door de Belastingdienst.

Motorrijtuigenbelasting

Invoering ‘massa rijklaar’

Bij de bepaling van de grondslag van de motorrijtuigenbelasting wordt uitgegaan van de ‘eigen massa’ van het voertuig. Omdat sinds 1 januari 2014 de ‘eigen massa’ van het voertuig niet meer op de kentekencard wordt vermeld en in Europees verband de term ‘massa rijklaar’ in zwang is geraakt, wordt voorgesteld om voor de motorrijtuigenbelasting de ‘massa rijklaar’ te hanteren. Hoewel die massa in alle gevallen 100 kg hoger is dan de ‘eigen massa’ van het voertuig, is de wijziging zo vormgegeven dat geen belastingverzwaring optreedt.

Omzetbelasting, accijns en verbruiksbelastingen

Afschaffing landbouwregeling

Met ingang van 1 januari 2018 wordt de landbouwregeling in de BTW afgeschaft. Op grond van de landbouwregeling blijven landbouwers e.d. buiten de heffing van BTW, maar kunnen zij ook de BTW op door hen gemaakte kosten niet in aftrek brengen. Ondernemers kunnen ervoor kiezen om de reguliere BTW regels toe te passen. Steeds minder bedrijven maken gebruik van de landbouwregeling en daarom wordt deze afgeschaft. Landbouwers die thans gebruik maken van de landbouwregeling zullen te maken krijgen met een sfeerovergang, waardoor zij de BTW op voor 1 januari 2018 gedane investeringen moeten herzien. Dit leidt dan tot een teruggave van een deel van de BTW die voor 1 januari 2018 niet in aftrek is gebracht. Deze herziening vindt normaliter gespreid over een aantal jaren plaats (afhankelijk van het tijdstip van eerste ingebruikname), maar op grond van een overgangsregeling is goedgekeurd dat deze herziening ineens kan plaatsvinden. Voor investeringen die voor 1 januari 2018 zijn aangeschaft, maar nog niet in gebruik zijn genomen geldt dat een recht op aftrek ontstaat voor het volledige BTW bedrag in het eerste aangiftetijdvak van 2018.

Aanscherping definitie geneesmiddelen

Door een aanscherping van de wetgeving zullen producten vanaf 1 januari 2018 alleen onder het verlaagde BTW tarief van 6% vallen, indien voor deze producten een (parallel)handelsvergunning is afgegeven zoals bedoeld in de Geneesmiddelenwet of indien zij daarvan expliciet van zijn vrijgesteld. Producten die op basis van hun presentatie als geneesmiddel thans delen in het verlaagde BTW tarief, terwijl ze vanuit het perspectief van de Geneesmiddelenwet en Europese regelgeving voor cosmetica, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen evident niet als geneesmiddel in het handelsverkeer mogen worden gebracht, zullen vanaf 1 januari 2018 niet meer onder het verlaagde BTW tarief vallen.

Aansprakelijkheid voor pandhouder, hypotheekhouder en executant

Wanneer een pandhouder, hypotheekhouder of executant namens de eigenaar goederen verkoopt, kan hij zich ook verhalen op de BTW opbrengst. Hierdoor loopt de Nederlandse belastingdienst BTW inkomsten mis. Voorgesteld wordt om een hoofdelijke aansprakelijkheid in te voeren voor de pandhouder, hypotheekhouder en executant waardoor de inning van de BTW zeker wordt gesteld. Ter waarborging van de inning van de BTW bij verkoop van onroerende zaken in dit soort gevallen geldt thans al een verleggingsregeling. De aansprakelijkheid geldt in die gevallen waarin de verleggingsregeling niet geldt, bijvoorbeeld wanneer de koper geen BTW ondernemer is of wanneer sprake is van een roerende zaak.

Schenk- en erfbelasting en belastingen van rechtsverkeer

Schenking bij wijziging huwelijksvermogensregime

Het kabinet stelt een wettelijke regeling voor om te bepalen of de wijziging van een huwelijksvermogensregime leidt tot een schenking tussen de echtgenoten. Het uitgangspunt is dat het bewerkstelligen van een gelijke gerechtigdheid tot het gezamenlijke vermogen niet tot heffing leidt. Schenkbelasting is echter wel verschuldigd indien het aandeel van de minst vermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of als het aandeel van de meest vermogende in het totale vermogen toeneemt. Wat meer wordt verkregen, wordt als schenking aangemerkt. Als de vermogensverschuiving zich bij overlijden voordoet, is erfbelasting verschuldigd. De nieuwe regeling geldt ook voor ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract. Indien het huwelijk of notarieel samenlevingscontract wordt gesloten met als hoofddoel het ontgaan van schenk- of erfbelasting, wordt elke vermogensverschuiving tussen de echtgenoten als een schenking aangemerkt. De bewijslast dat van een ontgaan motief sprake is, rust op de inspecteur.

Formele regelingen

Aanslagtermijn schenkbelasting

Voorgesteld wordt om de aanslagtermijnen voor de schenkbelasting in te laten gaan na de dag van het doen van aangifte indien de aangifte meer dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar is gedaan. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat pas jaren later aangifte wordt gedaan, zodat de aanslagtermijnen zijn verstreken. De huidige wet lijkt in die situatie alleen soelaas te bieden als de inspecteur een uitnodiging tot aangifte heeft gedaan, maar dat gebeurt niet in alle gevallen. De maatregel moet onmiddellijke werking krijgen. Daarmee gaan de nieuwe regels ook gelden voor lopende aanslagtermijnen.

Digitalisering notariële akten

In het kader van de digitalisering van de registratie van notariële akten wordt een aantal maatregelen voorgesteld. De Belastingdienst moet langs digitale weg toegang krijgen tot testamenten of vergelijkbare akten in de gevallen waarin het overlijden van de erflater plaatsvindt nadat de akte al is overgebracht naar de algemene bewaarplaats voor notariële akten. In die gevallen wordt een elektronische kopie van de akte geregistreerd. Daarnaast ontvangt de Belastingdienst eventuele aan de notariële akte gehechte stukken ook langs elektronische weg.

Verhoging kansspelbelasting

In het Belastingplan 2018 wordt voorgesteld om het tarief voor de kansspelbelasting tijdelijk te verhogen van 29% naar 30,1%. Middels deze verhoging wordt voorzien in een dekking van de budgettaire derving vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de maatregelen uit het wetsvoorstel inzake kansspelen op afstand. Voorgesteld wordt om het tarief weer te verlagen naar 29% zes maanden nadat voorgenoemd wetsvoorstel in werking is getreden.

Formeel belastingrecht en invordering

Afschaffen inkeerregeling

De inkeerregeling voor aanslagbelastingen (inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting) wordt per 1 januari 2018 afgeschaft. Dit betekent dat belastingplichtigen voortaan ook met een vergrijpboete kunnen worden geconfronteerd wanneer zij binnen twee jaar nadat een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan tot inkeer komen. Vereist is dan uiteraard wel dat sprake is van opzet of grove schuld. Ook wordt in die gevallen strafvervolging mogelijk. Vrijwillige verbetering blijft wel een omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de op te leggen boete. Op grond van overgangsrecht blijft de inkeerregeling van toepassing op aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten worden gedaan. In het kielzog van bovenstaande maatregelen verdwijnt ook de inkeerregeling in de toeslagensfeer.

Vervallen schorsende werking verzet

Als de belastingschuldige het niet eens is met de tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan hij in verzet komen bij de burgerlijke rechter. Aan dit verzet komt schorsende werking toe. Dit betekent dat de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt opgeschort totdat de rechter op het verzet heeft beslist. De wetgever stelt voor om deze schorsende werking te laten vervallen, omdat het idee bestaat dat deze procedure vooral wordt ingezet om de invordering te vertragen. In de praktijk blijkt namelijk dat een verzet maar hoogst zelden gegrond wordt verklaard.

Uitbreiding mededelingsplicht bodemzaken

Het bodemrecht geeft de Belastingdienst het recht om bepaalde zaken van een derde die zich in een gebouw of op een terrein van een belastingschuldige bevinden te verkopen en de opbrengst af te boeken op diens openstaande belastingschulden. Om te voorkomen dat het bodemrecht zou worden omzeild is in 2013 een mededelingsplicht voor pandhouders en andere derden geïntroduceerd. Zij moeten de ontvanger informeren wanneer zij het voornemen hebben om handelingen te verrichten die tot gevolg hebben dat een zaak niet langer als bodemzaak kwalificeert. Omdat gebleken is dat belastingschuldigen zelf ook nogal eens betrokken zijn bij constructies die het bodemrecht uithollen, wordt voornoemde mededelingsplicht nu ook van toepassing verklaard op de belastingschuldige zelf.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws