Belastingvrije tijdelijke verhuur gedeelte eigen woning

23 juli 2018

Gaat de Belastingdienst dit accepteren?

Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat belastingvrij verhuren van een deel van de eigen woning alleen mogelijk was als aan de voorwaarden voor de kamerverhuurvrijstelling wordt voldaan. Na een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland blijkt dat ook de tijdelijke verhuur van bijvoorbeeld een tuinhuis of andere aanhorigheid van de eigen woning belastingvrij mogelijk is.

Kamerverhuurvrijstelling

In de Wet op de inkomstenbelasting is een vrijstelling opgenomen voor de verhuur van een niet zelfstandig deel van de eigen woning (kamer) aan bijvoorbeeld studenten. De kamerverhuurvrijstelling is van toepassing indien:

  • de huur lager is dan € 5.246 per jaar. Het gaat hierbij om de huur inclusief een mogelijke vergoeding voor het gebruik van de inrichting en energiekosten;
  • de verhuurde ruimte deel is van uw eigen woning (en geen zelfstandige ruimte);
  • u en de huurder ingeschreven staan op hetzelfde adres binnen uw gemeente;
  • de verhuur niet voor korte duur was.

Bij verhuur aan toeristen voldoet u niet aan de hierboven gestelde eisen, de kamerverhuur vrijstelling is dus niet van toepassing.

Tijdelijke verhuur van een deel van de woning

Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat de tijdelijke verhuur van een deel van de eigen woning aan bijvoorbeeld toeristen niet vrijgesteld was van inkomstenbelasting. Het verhuurde gedeelte zou worden overgeheveld van box 1 naar box 3 wat ervoor kan zorgen dat een deel van de hypotheekrente over het verhuurde gedeelte niet aftrekbaar is.

Dat blijkt na een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland toch anders te liggen.

Zaak rechtbank Noord-Holland

Een echtpaar had bij zijn woning een bedrijfsruimte. In 2011 liet het stel de bedrijfsruimte slopen om op die plek een schuur annex tuinhuis te bouwen.  In 2015 verhuurde het echtpaar via een organisatie het tuinhuis aan toeristen en ontving daarvoor € 3.564. Bij de aangifte inkomstenbelasting 2015 deelde de man en de vrouw de opbrengst uit eigen woning volledig toe aan de vrouw, waarbij de opbrengst van de verhuur van het tuinhuis niet werd opgegeven.

De Belastingdienst was het daar niet mee eens en legde een navorderingsaanslag 2015 op ter grootte van € 2.494, zijnde 70% van de huuropbrengsten.

Volgens de rechtbank Noord-Holland zit de fiscus fout. Volgens de Belastinginspecteur moest de tijdelijke verhuur van het tuinhuis gelijkgesteld worden met de tijdelijke verhuur van de woning. De rechtbank stelt daarentegen dat het tuinhuis ’een aanhorigheid’ is van de woning. En de wet eist voor de regeling de verhuur van de gehele woning en niet van een deel van een woning, zo motiveert de rechtbank haar uitspraak. Bovendien oordeelt de rechtbank dat door de rangorderegeling het tuinhuis uitsluitend in box 1 belast had kunnen worden en niet in box 3. De rechtbank vernietigt dan ook de navorderingsaanslag.

De Belastingdienst heeft nog de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak.

Let op bij verhuur PLUS

Maakt u van de verhuur een ‘klein bedrijfje’ dan kunnen de inkomsten uit de werkzaamheden wel belast zijn met inkomstenbelasting. De activiteiten bij een verhuur PLUS (denk aan bijvoorbeeld room- en ontbijtservice, boodschappen doen voor de huurders, fietsverhuur, schoonmaak e.d.) gaan meestal het normale vermogensbeheer te boven. U dient er dan rekening mee te houden dat u geconfronteerd kunt worden met extra administratieve en fiscale lasten.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.


Alle Nieuws