Btw-balansschuld

17 november 2020

Voorkom boetes en aansprakelijkheid.

Blijkt achteraf dat er in een jaar te weinig btw is aangegeven en betaald, dan is het van belang dat er tijdig actie wordt ondernomen en de juiste stappen worden genomen om naheffingen en boetes te beperken.

Btw-schuld

Degene die de jaarrekening opstelt maakt ook ‘een eindafrekening’ op voor de btw over dat jaar. Dat behoort tot de taak van een deskundig adviseur. Gedurende het jaar moet per maand of per kwartaal btw aangifte worden gedaan door de onderneming. Uiterlijk bij het indienen van de laatste btw-aangifte van dat jaar moeten vaak ook nog enkele correcties worden doorgevoerd bijvoorbeeld voor privégebruik of wanneer sprake is bij een onderneming van gedeeltelijk btw-vrijgestelde prestaties. Regelmatig ontstaat daardoor na afloop van het jaar een nog te betalen balanspost btw. In de jaarrekening wordt deze btw-schuld opgenomen. Ook in de belastingaangifte moet de btw-schuld worden vermeld. U kunt vervelende naheffingen en boetes voorkomen door zo snel mogelijk na afloop van het jaar of na het opstellen van de jaarstukken of indienen van de belastingaangiften voor alle btw-balansschulden een verbeterde btw-aangifte in te dienen. Vaak wordt dit aangeduid als btw-suppletie. Ook wanneer het op een andere wijze duidelijk wordt dat er te weinig btw is betaald, is het van belang deze direct via een btw-suppletie aan te geven om boetes te voorkomen. Als het bedrag aan te weinig aangegeven en afgedragen btw maximaal € 1.000 is, dan hoeft hiervoor geen btw-suppletie te worden ingediend maar mag dit bedrag in de eerstvolgende btw-aangifte van de onderneming worden gecorrigeerd. Dit maximum van € 1.000 aan btw geldt ook bij een teruggave. Het maximumbedrag mag zien op meerdere tijdvakken.

Naheffingsaanslag

De Belastingdienst vergelijkt na ontvangst van de belastingaangiften de openstaande btw-balansschulden (nog te betalen btw uit voorgaand jaar of voorgaande jaren) met de ingediende btw-aangiften. Wanneer er een verschil is, dan zal de Belastingdienst hierover vragen stellen en btw naheffen indien er te weinig is afgedragen. Daarbij kan er een verzuim- en/of vergrijpboete worden opgelegd. Daarbij geldt dat de verzuimboete van 5% alleen wordt opgelegd als het nog te betalen btw-bedrag hoger is dan € 20.000, of als de hoogte van het btw-bedrag van de suppletie meer is dan 10% van de reeds over dat tijdvak betaalde btw. Een vergrijpboete van 10% met een maximum van € 5.514 kan ook worden opgelegd. Dan moet er wel sprake zijn van grove schuld. Als er sprake is van opzet kan een hogere vergrijpboete van 50% worden opgelegd. De vergrijpboete kan zelfs oplopen tot 100% als er sprake is van herhaling.

Deskundige ingeschakeld?

Wanneer een btw-ondernemer zonder kennis van de btw zich laat bijstaan door een deskundige, zoals een adviseur die voldoende kundig geacht mag worden en aan wiens taakvervulling niet getwijfeld hoeft te worden, dan kan aan de btw-ondernemer geen vergrijpboete opgelegd worden. Dit blijkt uit een zaak voor Rechtbank Gelderland van 11 augustus 2020. In deze zaak had een belastingadviseur namens een btw-ondernemer btw-aangiften ingediend, waarbij te veel btw in aftrek was gebracht. De rechtbank stelt dat de btw-ondernemer een vergrijpboete kan krijgen als de Belastingdienst aantoont dat de btw-ondernemer opzet of grove schuld te verwijten is. Volgens de rechtbank was in deze zaak aangetoond dat de adviseur opzet of grove schuld te verwijten is, omdat de adviseur wist of had moeten weten dat er te veel btw in aftrek werd gebracht. Maar het gegeven dat de adviseur opzet of grove schuld te verwijten valt, leidt er niet zonder meer toe dat aan de btw-ondernemer een vergrijpboete kan worden opgelegd aldus de uitspraak van de Rechtbank.

Rol adviseur

Uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat ondeskundigheid van een adviseur er niet toe kan leiden dat de ondernemer daar de dupe van wordt. Maar vaak is de situatie andersom. Het is vaak de adviseur die bij het opmaken van de jaarrekening constateert dat een klant te weinig omzetbelasting heeft afgedragen en uit hoofde van zijn opdracht de klant hierop zal attenderen. Weigert de klant te suppleren dan kan en zal dat gevolgen hebben op verschillende vlakken.

Een van die gevolgen zal zijn dat de adviseur vermoedelijk de klantrelatie zal moeten beëindigen. Dat is zeker het geval als de klant de instructies van de adviseur (suppletie- aangifte ondertekenen en indienen bij de Belastingdienst) niet opvolgt. Voor de omzetbelasting geldt er een wettelijke verplichting om te suppleren. Bij niet suppleren leidt dit tot een schending van de wet. Voor de meeste adviseurs geldt dat zij op basis van hun gedragsregels niet betrokken mogen zijn bij niet integer handelende klanten en zich daarvan moeten distantiëren en de relatie met de klant moeten beëindigen.

Ook zal de weigering van de klant om te suppleren er toe leiden dat de adviseur conform de WWFT melding moet doen van een ongebruikelijke transactie. Immers, zodra de klant de wetenschap bereikt dat te weinig belasting is betaald en vervolgens weigert daarop te handelen, ontstaat een vermoeden van witwassen en daarmee van een ongebruikelijke transactie. De geheimhoudingsplicht van de adviseur staat aan deze meldingsplicht niet in de weg.

Conclusie

Zowel voor de btw-ondernemer als zijn adviseur is het van belang dat periodiek juiste btw-aangiften worden ingediend en als er te weinig btw is aangegeven dit direct per btw-suppletie wordt hersteld. Dit voorkomt boetes bij de btw-ondernemer en frictie in de relatie met zijn adviseur. Ga er niet van uit dat de Belastingdienst geen actie onderneemt bij btw-balansschulden. Immers de Belastingdienst vergelijkt actief de openstaande btw-balansschulden, die vermeld moeten worden in de aangiften, met de ingediende btw-aangiften.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws