BTW-gevolgen levering goederen en diensten via webshop en elektronisch

5 maart 2018

Let op dat u de drempel niet overschrijdt.

Als een ondernemer prestaties verricht aan een ondernemer in een ander EU-land spreken we van een grensoverschrijdende business-to-business transactie (hierna: B2B) ofwel een intracommunautaire prestatie (hierna: ICP).

Wanneer een Nederlandse ondernemer een goed levert, al dan niet via een webshop, aan een consument of niet-ondernemer in een ander EU-land spreken we van een business-to-consumer transactie (hierna: B2C).

Voor een levering van goederen en diensten bij B2C transactie gelden voor de BTW andere regels dan voor een levering bij een B2B transactie.  Door het steeds intensievere gebruik van het World Wide Web (www) is de laatste jaren een explosieve toename te melden van aan- en verkopen van goederen via internet, webshops e.d. Het belang van een juiste BTW-afdracht wordt dan ook steeds groter. Tijd dus voor een BTW update.

Levering van goederen en diensten door ondernemers aan ondernemers binnen de EU (B2B – ICL)

Het uitgangspunt bij een ICL is dat de levering in Nederland belast is met 0% BTW. De ondernemer die een goed levert verlegt de BTW naar de ondernemer die afneemt binnen de EU. De afnemer doet BTW-aangifte en draagt de BTW af in zijn eigen land tegen het in dat land geldende percentage. De leverancier vermeldt op de factuur het BTW-identificatienummer van de afnemer en vermeld dat sprake is van het 0% tarief. Daarnaast is van belang dat de leverancier aan de hand van boeken en bescheiden moet kunnen aantonen dat de goederen naar een ander EU-land zijn vervoerd. Het ondernemerschap van de afnemer is aannemelijk te maken door zijn BTW-identificatienummer op te vragen en vervolgens te checken in het VIES van de Europese Commissie. Klik hier voor controle van BTW nummers in het VIES.

NB: Registratie van een BTW-identificatienummer in het VIES is niet verplicht. Volgens het Europese Hof van Justitie (HvJ) mogen de lidstaten niet de formele eisen stellen dat op de factuur het BTW-identificatienummer van de afnemer vermeld moet zijn om het 0% tarief te mogen toepassen. Als voldaan wordt aan de materiële voorwaarden voor een ICL is dat voldoende om het 0% tarief toe te mogen passen. In het kader van voorkomen is beter dan genezen adviseren wij leveranciers nog steeds bij een ICL het BTW-identificatienummer van de afnemer te achterhalen en te vermelden op de factuur. De fiscus mag het 0%-tarief vanwege een ICL altijd  weigeren als sprake is van bewuste deelname aan belastingfraude of wanneer de ondernemer niet aan de materiële voorwaarden voldoet.

Wanneer een ondernemer een intracommunautaire B2B-dienst verleent, is de hoofdregel dat de BTW verschuldigd is in het land van de afnemer. Hierbij is van belang is dat de afnemer over een BTW-identificatienummer beschikt dat bekend is in het VIES van de Europese Commissie. De meeste EU-landen kennen een verleggingsregeling van BTW, zodat de afnemer de BTW in zijn eigen land aangeeft. Op de factuur vermeldt de Nederlandse ondernemer de woorden ‘VAT reverse charge’. Ook is van belang dat de factuur het BTW-identificatienummer van de afnemer vermeldt.

Opgaaf ICP is een administratieve verplichting

Bij het verrichten van ICP (dienst of levering) binnen de EU dient de leverancier of dienstverrichter naast de vermelding in de BTW-aangifte ook een opgaaf ICP in te dienen. Hierop geeft de ondernemer aan welke leveringen en diensten hij heeft verricht binnen de EU waarover de afnemer in het andere EU-land aangifte moet doen. Van belang is dat het totaalbedrag van de opgaaf ICP overeenkomt met het bedrag bij vraag 3b van de BTW-aangifte.

Leveringen binnen EU van goederen aan particulieren (B2C) via webshop

Bij leveringen van goederen aan particulieren die in een ander EU-land wonen of aan rechtspersonen zonder een BTW-identificatienummer die zijn gevestigd in een ander EU-land is Nederlandse BTW verschuldigd. Een belangrijke uitzondering is wanneer de afstandsverkopen regeling van toepassing is.

Regeling voor afstandsverkopen

Op basis van de regeling voor afstandsverkopen is BTW verschuldigd in het EU-land waar de afnemer gevestigd is, als de leveringen in een bepaald jaar naar het betreffend EU-land een bepaalde omzet overschrijden. Deze drempelbedragen verschillen per EU-land en zijn te vinden via de website van de Europese Commissie. Klik hier voor de lijst met drempelbedragen per land. Komt u dus in één jaar met uw verkopen aan particulieren aan een EU-land boven de drempel uit dan moet u vanaf dat moment het BTW tarief van dat EU-land aan de particulieren in rekening gaan brengen. Daarnaast moet u zich voor de BTW gaan registeren in dat EU-Land.

De regeling geldt alleen voor leveringen aan particulieren, ondernemers die geen BTW-aangifte doen en rechtspersonen die geen ondernemer zijn.

Voorbeeld

Voor verkopen aan België geldt een drempelbedrag van € 35.000. Een in Nederland gevestigde ondernemer verkoopt in 2018 voor € 50.000 aan producten aan Belgische particulieren. Omdat de ondernemer de drempel van € 35.000 overschrijdt, moet hij Belgische BTW in rekening brengen vanaf het moment dat hij de drempel van € 35.000 bereikt. De periode vóór de overschrijding moet de Nederlandse leverancier gewoon Nederlandse BTW in rekening brengen. Is in 2018 het drempelbedrag ook al overschreden, dan moet de Nederlandse leverancier ook in 2019 het hele jaar het Belgische BTW-tarief in rekening brengen. Dit moet ook als de ondernemer het drempelbedrag in 2019 niet overschrijdt. Om de BTW in België aan te kunnen geven en af te dragen moet de Nederlandse ondernemer zich in België voor de BTW registreren en daar BTW-aangifte doen.

Verzoek toepassing regeling afstandsverkopen

Om administratieve lasten bij het bijhouden van een administratie voor het kunnen bepalen van de overschrijding van de drempelbedragen in meerdere EU-lidstaten te voorkomen kan een ondernemer bij de Belastingdienst een schriftelijk verzoek indienen om de drempelbedragen niet toe te passen. Wanneer de Belastingdienst het verzoek inwilligt, moet de ondernemer het buitenlandse BTW tarief toepassen ongeacht of hij het drempelbedrag voor afstandsverkopen wel of niet overschrijdt. Aan de looptijd van het verzoek verbindt de Belastingdienst veelal een minimale termijn.

Aanpassing Europese regelgeving afstandsverkopen

De regeling van de afstandsverkopen en drempelbedragen kan ertoe leiden dat een ondernemer per land een administratie voor de drempelbedragen moet bijhouden. Dit komt aan de orde als hij in Nederland vele verkopen doet aan particulieren in verschillende EU-landen. Dit is een hoge administratieve last voor de ondernemer. Vooral wanneer hij de drempelbedragen in meerdere EU-landen overschrijdt. De Europese Commissie ziet dit ook in en stelt daarom aanpassingen in de regelgeving voor in het VAT Action Plan. In haar VAT Action Plan heeft de Europese Commissie voorgesteld om de regels voor afstandsverkopen aan te passen.

Het plan is om het MOSS-systeem met ingang van 1 januari 2021 uit te breiden, zodat ook ondernemers die via de webshop tastbare B2C prestaties verrichten, dit systeem kunnen gebruiken. Het MOSS-systeem kennen we op dit moment al bij elektronische diensten aan particulieren waarover u meer leest verderop in deze nieuwsbrief. Dit betekent een administratieve lastenverplichting voor ondernemers die goederen in andere EU-landen leveren en diensten in andere EU-landen verrichten. Zij hoeven dan niet meer in ieder EU-land, waar zij B2C prestaties verrichten, te registreren voor de BTW. De Nederlandse ondernemer geeft de BTW in zo’n geval aan en draagt de BTW af via het MOSS-systeem in eigen land. Voor Nederlandse ondernemers zal dit betekenen dat zij de BTW in andere EU-landen kunnen aangeven via het MOSS-systeem van de Nederlandse Belastingdienst.

De ondernemer mag het MOSS-systeem toepassen als hij de drempel voor afstandsverkopen overschrijdt. De verschillende drempelbedragen, die nu bij afstandsverkopen per EU-land afzonderlijk zijn vastgesteld, zullen worden vervangen door één drempel van € 10.000. Deze drempel geldt voor ieder EU-land. Bij overschrijding van die drempel is de verkopende ondernemer BTW verschuldigd in het land waar de afnemer is gevestigd. En dat kan dus vanaf 2021 via het MOSS-systeem en hoeft de leverancier zich niet meer in het andere EU-land te registreren.

Brexit

Ook de uitvoering van het Brexit heeft gevolgen voor de BTW-heffing bij verkopen aan afnemers in het Verenigd Koninkrijk. Dit land zal na uitvoering van de Brexit niet langer kwalificeren als een EU-land. Daardoor zal de nieuwe regeling voor afstandsverkopen na invoering in 2021 niet gelden bij verkopen aan particulieren in het Verenigd Koninkrijk. Ondernemers zullen de MOSS-regeling niet kunnen toepassen, tenzij het Verenigd Koninkrijk en de EU hierover specifieke afspraken maken. Omdat het Verenigd Koninkrijk na uitvoering van de Brexit kwalificeert als derde land, is bij levering van goederen sprake van uitvoer die tegen 0% BTW belast zal zijn in Nederland.

Uitzondering voor bepaalde elektronische diensten aan particulieren

Zoals hiervoor al is vermeld moet een Nederlandse ondernemer die de dienst via een webshop verricht aan een particulier in een ander EU-land, in beginsel Nederlandse BTW in rekening brengen en afdragen. Hierop is een belangrijke uitzondering namelijk als het gaat om  elektronische diensten. Elektronische diensten aan niet-BTW-ondernemers zoals particulieren zijn namelijk belast met BTW in het land waar de afnemer / particulier woont of is gevestigd. Dat zou betekenen dat de leverancier van de dienst op de factuur buitenlandse BTW moet vermelden en afdragen.

Om de administratieve lasten (en kans op fraude) te verminderen is met ingang van 1 januari 2015 het Mini One-Stop-Shop-Systeem ingevoerd (kortweg genoemd: MOSS). De ondernemer geeft de BTW over de elektronische dienst aan via het MOSS. Hierdoor hoeven ondernemers zich niet in ieder EU-land voor de BTW te registreren wanneer zij digitale diensten in andere lidstaten verrichten. Via het MOSS-systeem wordt BTW die de ondernemer in andere EU-landen is verschuldigd via één EU-land aangegeven. Voor Nederlandse ondernemers zal deze buitenlandse BTW aangegeven moeten worden in Nederland. Voor andere diensten dan elektronische diensten en de levering van goederen geldt dit systeem (nog) niet.

Elektronische diensten

Van een elektronische dienst is sprake als de ondernemer diensten via elektronische weg verricht. Denk daarbij aan de volgende diensten:

  • het leveren en onderbrengen van websites, het onderhoud op afstand van programma’s en uitrustingen;
  • de levering van software;
  • de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken;
  • de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning;
  • de levering van onderwijs op afstand.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws