Certificeren van vermogen

25 maart 2019

Splitsing van juridische eigendom en economische eigendom van vermogen.

In bepaalde situaties is het wenselijk dat degene die gerechtigd is tot de inkomsten en waarde uit het vermogen (economisch eigenaar) niet dezelfde persoon is als degene die de zeggenschap moet krijgen over dat vermogen (juridisch eigenaar). Met behulp van certificering van vermogen worden de juridisch eigendom en economisch eigendom gesplitst en indien gewenst toegewezen aan verschillende personen.

Certificeren van vermogen

Certificering houdt in dat er een overeenkomst ten titel van beheer wordt gesloten tussen enerzijds degene die recht heeft op de inkomsten en waarde van een vermogensbestanddeel (economisch eigenaar) en anderzijds een administratiekantoor, veelal een voor dat doel opgerichte stichting (hierna: Stichting administratiekantoor ‘STAK’). De eigenaar draagt het vermogensbestanddeel over ten titel van beheer aan de STAK in ruil voor certificaten. De economisch eigenaar wordt dan certificaathouder. De certificaten verschaffen de certificaathouder het (doorgaans volledige) economische belang bij zowel de gecertificeerde goederen als de daaruit voortvloeiende inkomsten, als gevolg waarvan de certificaathouder in beginsel de economische eigendom van deze goederen heeft. De STAK is slechts de juridische eigenaar; zij heeft als zodanig de zeggenschap over het gecertificeerde vermogen en beheert dit ten behoeve van de certificaathouder.

Redenen om te certificeren

Certificering kan om uiteenlopende redenen plaatsvinden. Binnen de familiesfeer spelen echter veelal redenen als het bijeenhouden van vermogen of het beschermen daarvan, in die zin dat degene die de certificering in het leven roept, beoogt te voorkomen dat degenen die in de toekomst zijn vermogen zullen verkrijgen, veelal de kinderen, dit niet ongeremd kunnen opsouperen. Degene die de zeggenschap over het vermogen moet krijgen of behouden, meestal de ouder, wordt bestuurder van de stichting. In beginsel kan ieder goed dat overdraagbaar is gecertificeerd worden, maar uiteraard lenen bepaalde goederen zich naar hun aard of plaats in het vermogen meer voor certificering dan andere. Certificering van aandelen in een BV vindt zeer regelmatig plaats. In de context van box 3 kan gedacht worden aan certificering van een beleggingsportefeuille of onroerende zaken maar ook aan certificering van een kunstcollectie die men bijeen wil houden.

Certificaten van het vermogen

Aangezien bij certificering de juridische eigendom, en daarmee de zeggenschap over het vermogen, berust bij de STAK, wordt de certificaathouder beperkt in zijn mogelijkheden om over het gecertificeerde vermogen te beschikken en de waarde hiervan te verzilveren. Deze beperking blijkt onder andere uit:

  • De royeerbaarheid van de certificaten, oftewel de mogelijkheid voor de certificaathouder om de beheersovereenkomst met de STAK op te zeggen en in ruil voor de certificaten het vermogen weer volledig in eigendom te verkrijgen. Vanwege het beschermingsaspect zijn certificaten bij certificering in de familiesfeer in beginsel niet of slechts in beperkte mate (onder bepaalde voorwaarden of omstandigheden, zoals het bereiken van een bepaalde leeftijd door de certificaathouder) royeerbaar.
  • De overdraagbaarheid van de certificaten. De kern van het certificaat is een vorderingsrecht jegens de STAK, dat de certificaathouder aanspraak geeft op het gecertificeerde vermogen en de vruchten daarvan. Het beperken van de overdraagbaarheid van certificaten kan overeengekomen worden. Een voorbeeld van dit laatste is het opnemen van een blokkeringsregeling of een kwaliteitseis, welke regeling dan goederenrechtelijke werking dient te krijgen.
  • Geen doorstootverplichting voor de STAK. De STAK is dan niet verplicht de inkomsten uit het gecertificeerde vermogen direct door uit te keren aan de certificaathouders. Vanuit civielrechtelijk perspectief is een doorstootverplichting geen vereiste en het niet opnemen daarvan betekent dat het bestuur van de STAK de mogelijkheid heeft om de uitkering van inkomsten uit te stellen. In sommige fiscale gevallen is een doorstootverplichting verplicht om certificering zonder fiscale afrekening mogelijk te maken.
  • Zeggenschap voor de certificaathouder. Hoewel certificering, althans in deze context, gericht is op het beperken van de zeggenschap van de certificaathouder, hoeft dit uiteraard niet te betekenen dat deze van iedere zeggenschap uitgesloten hoeft te worden. De certificaathouder kan bijvoorbeeld bij de STAK betrokken worden doordat de certificaathouder de bestuursvergaderingen mag bijwonen of het woord hierin mag voeren of een vergadering van certificaathouders wordt ingesteld, die bepaalde zeggenschaps- of vetorechten krijgt.

Afhankelijk van hoe deze verschillende aspecten worden ingevuld, wordt de certificaathouder meer of minder beperkt in zijn mogelijkheden tot beschikken over of het verzilveren van zijn belang.

Reële economisch eigendom

Door toepassing van alle hiervoor genoemde restricties kan men zich afvragen of nog wel sprake is van economische eigendom. De meest restrictieve variant is naar onze mening:

  1. niet-royeerbare certificaten;
  2. niet-overdraagbare certificaten;
  3. geen doorstootverplichting;
  4. geen zeggenschap voor de certificaathouder.

In dat geval heeft de certificaathouder geen reële mogelijkheden tot het zelfstandig realiseren van de waarde van zijn certificaten of inspraak daarover, waardoor getwijfeld kan worden dat hij het gehele economische belang heeft. Waar precies de grens ligt tussen certificering onder zodanig restrictieve voorwaarden dat van economische eigendom geen sprake meer is en voorwaarden waarbij dit nog (net) wel zo is, is overigens moeilijk eenduidig te zeggen, mede gezien de variatie die in deze voorwaarden mogelijk is en de aard van het te certificeren vermogensbestanddeel.

Overdracht van certificaten
Als men naar het certificaat als zodanig kijkt, is sprake van een vorderingsrecht. Indien men echter kijkt naar het gecertificeerde vermogensbestanddeel, is sprake van de economische eigendom van het vermogensbestanddeel zelf. Het vorderingsrecht dat de kern vormt van het certificaat kan worden overgedragen door middel van cessie, waarvoor een onderhandse akte en een mededeling aan de schuldenaar, in casu de STAK, nodig zijn. Ook de bij de vordering behorende nevenrechten, zoals een pandrecht, gaan dan over op de nieuwe certificaathouder. Een nadeel van cessie is dat deel van de rechtsverhouding met de STAK achter kunnen blijven bij de overdragende certificaathouder omdat overdracht van die rechtsverhouding niet mogelijk is bij cessie. Het is daarom aan te bevelen om bij de overdracht van certificaten niet te kiezen voor een cessie maar voor een contract overname, zodat de gehele rechtsverhouding overgaat. Hiervoor is naast een akte medewerking van de STAK als schuldeiser vereist.


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws