Doorlopend afwisselend gebruik van een bedrijfsauto

21 januari 2020

Fiscaal voordelige bestelbus.

Een bedrijfsbusje (bestelauto, werkbus e.d.) is voor fiscale begrippen een ‘normale auto’ en onderworpen aan een bijtelling van 8% of 22%, afhankelijk van de CO2-uitstoot. Voorwaarde voor een bijtelling is wel dat de werkgever de bedrijfsauto aan een werknemer ter beschikking stelt voor privégebruik.

Afwijkende regels

Bijtelling blijft achterwege als de werkgever aannemelijk maakt dat privégebruik niet mogelijk is, bijvoorbeeld doordat de bestelauto op een afgesloten terrein staat buiten werktijd, de sleutels in een kluis worden bewaard, controle op het gebruik plaatsvindt etc. Ook in de situatie dat privégebruik niet mogelijk is door de aard van de auto (uitsluitend gebruik voor vervoer van goederen) of ‘staat’ van de auto (te vies om in te zitten). In die situaties is er geen sprake van een bijtelling van privégebruik.

Lage bijtelling bij gebruik door meerdere werknemers

Als meerdere werknemers doorlopend wisselend gebruik maken van de bestelauto kan gebruik gemaakt worden van een gunstigere regeling voor de bijtelling. Bij doorlopend wisselend gebruik hoeft geen bijtelling ‘per werknemer’ plaats te vinden maar kan – onder voorwaarden – volstaan worden met een fiscale eindheffing van € 300 per bestelauto per jaar. Deze eindheffing wordt door de werkgever voldaan en hoeft de werkgever niet op de werknemer te verhalen. Dit is in feite een aantrekkelijke regeling.

Voorwaarden

Wilt u gebruik maken van deze gunstige regeling dan moet u aan voorwaarden voldoen. Deze voorwaarden zijn op hoofdlijnen:

  1. Het moet gaan om auto met een bepaalde ruimte / afmeting achter de bestuurders en bijrijdersstoel.
  2. De regeling geldt enkel voor werknemers en dus niet voor ondernemers en DGA’s.
  3. De auto moet aantoonbaar door ten minste 2 werknemers wisselend gebruikt worden in samenhang met de aard van de werkzaamheden en het werk binnen het bedrijf. De werkgever moet hiervan enig bewijs leveren, bijvoorbeeld door urenregistratie of dienstrooster.
  4. Het is ondoenlijk (te bezwaarlijk) om bij te houden wie er in de bus heeft gereden.

Jurisprudentie over wisselend gebruik bestelbus

In een recente procedure bij het Gerechtshof Den Haag d.d. 19 november 2019 is beslist dat een aannemersbedrijf voor de loonheffing de eindheffingsregeling mag toepassen. De zaak is inhoudelijk als volgt.

De betreffende werkgever heeft telkens één auto ter beschikking gesteld aan twee werknemers gelijktijdig, waarbij niet is na te gaan wie, wanneer, tijdens welke rit met welk doel, naar of van werk, privé of zakelijk, de auto bestuurt en gebruikt. Verder komt het voor dat een andere werknemer de bestelauto bestuurt of meerijdt. Daarmee is de bestelauto doorlopend afwisselend in gebruik bij twee of meer werknemers van wie bezwaarlijk is vast te stellen of en aan wie die auto ter beschikking is gesteld.

Er was geen verschil van mening over de vraag of de bestelauto’s overdag in verband met de aard van het werk doorlopend afwisselend werden gebruikt door twee werknemers. In geschil is alleen of sprake is van een situatie van dermate afwisselend gebruik dat bezwaarlijk kan worden vastgesteld aan wie de bestelauto ter beschikking is gesteld.

Mee naar huis

De bestelauto’s worden na het werk mee naar huis genomen door één van de werknemers en niet achtergelaten op een afgesloten bedrijfsterrein. De werknemers nemen (afwisselend) de bestelauto’s ’s avonds mee naar huis, omdat zij ‘s ochtends direct naar de opdracht rijden en niet verzamelen bij het aannemersbedrijf. De twee vaste werknemers bepalen onderling wie de bestelauto mee naar huis neemt. Meestal is dat de persoon die het verste weg woont van de opdracht die op dat moment wordt uitgevoerd en de ander ophaalt en thuisbrengt. In de praktijk betekent dit dat de busjes soms één of twee weken niet van eigenaar wisselen maar komt ook met regelmaat voor dat de busjes elke dag van werknemer wisselen, omdat er ook (opvolgend) veel kleine klussen worden uitgevoerd.

Rechtbank: bezwaarlijk

De rechtbank oordeelt dat door deze manier van werken het bezwaarlijk is voor de werkgever om vast te stellen aan wie de respectievelijke bestelauto’s feitelijk – en mede – voor privédoeleinden ter beschikking zijn gesteld. Dat de werkgever per bestelauto een gebruiksovereenkomst heeft gesloten met twee werknemers doet daar niet aan af. De naheffingsaanslag moet worden verminderd. Als de bestelauto vanwege de aard van het werk doorlopend afwisselend door twee of meer werknemers wordt gebruikt, wordt het privégebruik door middel van een eindheffing van € 300 bij de werkgever belast. De rechtbank geeft belastingplichtige gelijk.

Hof: Niet één werknemer aanwijsbaar

De inspecteur is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en gaat in hoger beroep. Het Hof maakt op dat niet één werknemer kan worden aangewezen aan wie de auto ter beschikking is gesteld en voor wie door middel van het bijhouden van een rittenadministratie de werkgever zou kunnen bewijzen dat deze niet meer dan 500 kilometer in privé heeft gereden. Verder kan niet van beide werknemers worden nageheven voor het privégebruik van dezelfde auto omdat niet kan worden bepaald gedurende welk deel van een heffingstijdvak wie de beschikking en de mogelijkheid tot privégebruik heeft. Daar komt bij dat met regelmaat ook nog een derde gebruik maakt van de auto. De twee vaste werknemers bepalen onderling wie de bestelauto mee naar huis neemt. Meestal is dat de persoon die het verste weg woont van de opdracht die op dat moment wordt uitgevoerd en de ander ophaalt en thuisbrengt.

Het hof concludeert dat de bestelauto doorlopend afwisselend in gebruik is bij twee of meer werknemers van wie bezwaarlijk is vast te stellen of en aan wie die auto ter beschikking is gesteld. De werkgever mag daarom de regeling van art. 31, lid 1, onderdeel d, Wet LB 1964 (eindheffing doorlopend afwisselend gebruik) toepassen. Gelet op de in uitspraak van de Rechtbank vermelde geschiedenis van de eindheffingsregeling afwisselend gebruik is toepassing hiervan in dit geval in overeenstemming met het doel en strekking te weten: een praktische regeling te geven voor dit soort gevallen. Het hof verwerpt het hoger beroep van de Inspecteur.

Gerechtshof Den Haag d.d. 19 november 2019 (ECLI:NL:GHDHA:2019:3152)

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws