Eindelijk duidelijkheid btw-positie toezichthouders en commissieleden

14 juli 2021

En ook nog met terugwerkende kracht naar 13 juni 2019

Bent u als commissaris, toezichthouder en/of commissielid nu wel of geen ondernemer voor de omzetbelasting? Over dat vraagstuk is op 6 mei 2021 het besluit ‘’Btw-heffing bij werkzaamheden van toezichthouders en van leden van diverse commissies’’ gepubliceerd door de Belastingdienst. Wat houdt het besluit in?

Btw, ja of nee?

Er is al jaren discussie over de vraag of toezichthouders, zoals commissarissen in een pensioenfonds of bestuurders in het onderwijs, btw in rekening moeten brengen over hun werkzaamheden. Al in 2006 keurde de Staatssecretaris van Financiën in een eerder besluit goed dat bij minder dan 5 vervulde commissariaten geen sprake is van ondernemerschap. De Europese Commissie startte een inbreukprocedure tegen deze goedkeuring waardoor per 1 januari 2013 de goedkeuring weer werd ingetrokken.

Vanaf toen moest aan de hand van feiten en omstandigheden worden beoordeeld of er sprake was van btw-ondernemerschap. Het beleid werd dat leden van de Raad van Commissarissen (RvC) en leden van de Raad van Toezicht (RvT) toch kwalificeerden als btw-ondernemer.

Uit arresten van het Europees Hof van Justitie en de Hoge Raad uit 2019 bleek dat het van belang is, om als btw-ondernemer aangemerkt te worden, of de toezichthouder zelfstandig besluiten kan nemen. Vaak blijkt dat hoewel de toezichthouder niet in loondienst is of anderzijds ondergeschikt aan de opdrachtgever, de toezichthouder in de praktijk toch onvoldoende zelfstandig is om btw-plichtig te zijn. De zelfstandigheid ontbreekt, omdat men geen individuele taken of verantwoordelijkheden heeft, de werkzaamheden niet op eigen naam, voor eigen rekening en/of onder eigen verantwoordelijkheid verricht en men geen economisch risico loopt.

Pas 2 jaar na deze arresten komt de Belastingdienst dus nu met een besluit.

Zelfstandigheid?

Wat zegt het nieuw gepubliceerde besluit nu eigenlijk over zelfstandigheid? U bent btw-ondernemer als u als commissaris, toezichthouder of commissielid individuele taken of verantwoordelijkheden heeft en de werkzaamheden verricht op eigen naam, voor eigen rekening en/of onder eigen verantwoordelijkheid. U mag dan dus niet geheel op naam en onder verantwoordelijkheid van het orgaan of de commissie handelen. Daarnaast moet u ook enig economisch risico lopen.

Vier gevallen zeker geen btw-ondernemerschap

In het besluit worden vier verschillende gevallen beschreven waarin geen sprake is van btw-ondernemerschap. Het gaat dan om leden of vergelijkbare personen van:

  1. een toezichthoudend orgaan bij een BV of NV (wettelijke grondslag);
  2. het toezichthoudend orgaan van bijvoorbeeld een stichting of vereniging (geen wettelijke grondslag);
  3. bezwarenadviescommissies of commissies met een wettelijke taak;
  4. en toetsingscommissies en geschillencommissies dan wel commissies die daarmee vergelijkbaar zijn.

Er is kort gezegd geen sprake van ondernemerschap als het lid op persoonlijke titel is benoemd én niet zelfstandig optreedt, maar zijn werkzaamheden verricht als lid van het toezichthoudend orgaan en namens het orgaan zijn werkzaamheden uitvoert.

Met ‘op persoonlijke titel’ benoemd, wordt bedoeld dat de natuurlijk persoon in persoon is benoemd. Het feit dat de betaling voor de werkzaamheden via een BV/personal holding loopt doet hieraan niet af.

Voor zover een specifieke situatie niet in het besluit wordt genoemd, zal nog steeds van geval tot geval beoordeeld moeten worden of sprake is van btw-ondernemerschap.

Meerdere toezichthoudende functies niet (meer) van belang

De Staatssecretaris van Financiën geeft in het besluit aan dat het niet van belang is of de natuurlijke persoon slechts één of meerdere functies vervult als commissaris, toezichthouder of commissielid bij het bepalen of sprake is van btw-ondernemerschap. Elke functie wordt afzonderlijk beoordeeld. Dit is, zoals net al duidelijk werd, anders dan in het verleden.

Nevenwerkzaamheden

U kunt nevenwerkzaamheden verrichten naast het vervullen van een functie als commissaris, toezichthouder of commissielid. Zijn dit werkzaamheden waarvoor de persoon eventueel al btw-ondernemer is, dan staan deze los van de toezichthoudende werkzaamheden.

Terugwerkende kracht en correctie btw
In het besluit is opgenomen dat het besluit terugwerkende kracht heeft tot 13 juni 2019 (moment van uitspraak van het Hof van Justitie). Dit betekent dat de toezichthouder die aan de voorwaarden zoals genoemd in het besluit voldoet, vanaf 13 juni 2019 geen btw-ondernemer is.

Voor zover de btw door de onderneming waarvoor de toezichthouder de werkzaamheden heeft verricht (de afnemer / opdrachtgever) in aftrek is gebracht, wordt in het besluit goedgekeurd dat daarop niet hoeft te worden teruggekomen. U bent niet verplicht om de eerder ingediende aangiften dan te corrigeren.

Voor organisaties die de btw niet (compleet) konden aftrekken, ontstaat een kostenbesparing. Denk hierbij aan: onderwijs-, zorg- en financiële instellingen en ook aan woningcorporaties. Voor hen is de btw een kostenpost. Aangezien dit besluit terugwerkende kracht heeft tot 13 juni 2019, kan dit gecorrigeerd worden. Heeft u (op grond van het besluit) onterecht btw in rekening gebracht aan deze instelling, de btw afgedragen aan de Belastingdienst en de instelling heeft de btw niet teruggevorderd? En wilt u dit corrigeren? Stel dan een correctiefactuur op. U kunt dan de afgedragen btw terugvragen door een suppletie-aangifte in te dienen. Vanzelfsprekend moet u de oorspronkelijke factuur en de herstelfactuur samen bewaren. In de correctiefactuur (of in een begeleidend schrijven) kunt u verwijzen naar het besluit van 6 mei 2021 ter onderbouwing van de correctiefactuur.

Geen btw-ondernemer meer

Op grond van het besluit is duidelijk dat toezichthouders die voldoen aan de in het besluit omschreven situaties niet meer als btw-ondernemer worden aangemerkt. Dit betekent dat toezichthouders die tot op heden nog handelden als btw-ondernemer vanaf datum besluit geen btw meer in rekening mogen brengen. De btw op kosten gemaakt door de toezichthouder voor deze activiteiten kan vanaf datum besluit niet meer in aftrek worden gebracht.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws