Gebruikelijk loon DGA naar € 45.000 per jaar

23 januari 2017

Afroommethode nu definitief exit

Als u directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent van een B.V., bent u gebonden aan de zogenoemde ‘gebruikelijk loonregeling’. Wat een gebruikelijke beloning is voor een DGA is niet altijd eenvoudig vast te stellen. De Belastingdienst is van mening dat tenminste een minimum bedrag verloond moet worden. Met ingang van 2017 is dit minimum bedrag verhoogd van € 44.000 naar € 45.000.

Driestappenregeling

In de gebruikelijk loonregeling is en rangorderegeling opgenomen om de hoogte van het gebruikelijk loon vast te stellen. Het loon voor de DGA wordt ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers van het bedrijf;
  • € 45.000.

Bewijslast belastinginspecteur

De belastinginspecteur die aannemelijk maakt dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking hoger is dan het bedrag waarop het loon door de inhoudingsplichtige is vastgesteld, mag het belastbaar loon verhogen.

De Hoge Raad heeft in het verleden besloten dat in het geval de winst van de B.V. wordt bepaald door de persoonlijke kwaliteiten van de DGA, de fiscus het gebruikelijk loon ook mag afleiden van de winst van de B.V. Dit wordt ook wel de afroommethode genoemd. Maar dat was nog onder de gebruikelijk loon regeling zoals die gold tot 1 januari 2015. Vanaf 2015 geldt als vergelijkingsmaatstaf ‘de meest vergelijkbare dienstbetrekking’. De afroommethode kan dan alleen maar toegepast worden in de situatie dat geen vergelijkbare dienstbetrekking gevonden kan worden. Dit is bevestigd door de Hoge Raad in juni 2016. In de praktijk zal er naar onze mening vrijwel altijd een vergelijkbare dienstbetrekking gevonden kunnen worden. Via het internet kunnen op diverse websites vergelijkbare dienstbetrekkingen worden gevonden met bijbehorend salarisaanbod.

De keerzijde van deze medaille

Bij B.V.’s met lage winsten kan de afroommethode gunstiger uitvallen dan de vergelijkingsmethode. In de praktijk werd dan ook de afroommethode van stal gehaald door de adviseur ter onderbouwing van het lage gebruikelijk loon. Wij achten de kans groot dat de belastinginspecteur in dat geval op zoek zal gaan naar een vergelijkbare dienstbetrekking om aannemelijk te maken dat een hoger loon gebruikelijk is en daarin zal slagen.

Lager gebruikelijk loon

Het parttime karakter van het dienstverband kan relevant zijn voor de bewijslast om een lager salaris aannemelijk te maken. Het is echter niet per definitie zo dat het loon maal de parttimefactor dan voldoet aan het gebruikelijk loon.

Indien het gebruikelijk loon op jaarbasis lager is dan € 5.000, staat de belastingwet toe dat uitbetaling van dat loon achterwege wordt gelaten. Dit kan zich voordoen bij B.V.’s met louter beleggingsactiviteiten, bijvoorbeeld bij pensioen-, stamrecht- en beleggings B.V.’s.

Structureel verliesgevend

Als er sprake is van een structureel verliesgevende situatie, kan dit een lager loon rechtvaardigen. Hierover wordt vaak een discussie met de Belastingdienst gevoerd. Ook bij startende ondernemingen wordt vaak een lager loon in aanmerking genomen dan het minimum van € 45.000 hetgeen discussies op kan leveren. Het is niet eenduidig aan te geven wanneer een lager loon in dit soort situaties is gerechtvaardigd. In dat geval kan de belastinginspecteur worden gevraagd om een beschikking af te geven om onzekerheid te voorkomen. Heeft de DGA naast een laag loon een rekening courant schuld aan de B.V. die oploopt, dan zal deze DGA het gelijk voor een lager loon niet aan zijn zijde krijgen.

 Lager loon voor startups

In de wereld van de startende innovatieve, technologische ondernemingen (Startups) is het zeer ongebruikelijk om de oprichters daarvan direct vanaf de start een salaris toe te kennen van minimaal € 45.000. Zodoende zijn innovatieve, technologische starters (ondernemingen die binnen de WSBO als starter zijn aangemerkt) met ingang van 2017 niet langer verplicht om haar oprichters een gebruikelijk loon toe te kennen van minimaal € 45.000. Gedurende de eerste drie jaren hoeven ze hun oprichters slechts een loon toe te kennen gelijk aan het wettelijk minimumloon (2017: circa € 20.000).

Pensioeninkomsten tellen niet mee als gebruikelijk loon

In een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant draaide het om een directeur-grootaandeelhouder (DGA) die al pensioen van zijn B.V. ontving terwijl hij ook gewoon doorwerkte. Voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, was zijn gebruikelijk loon € 60.000 per jaar. Vanaf de pensioendatum ontving hij zo’n € 30.000 per jaar aan pensioen van zijn B.V. Hij verlaagde zijn salaris daarom ook, zodat hij in totaal weer op

€ 60.000 uitkwam. De fiscus ging hier echter niet mee akkoord en legde een naheffingsaanslag op wegens een te laag gebruikelijk loon. De rechter was het met de fiscus eens. Het loon van de DGA moet gebruikelijk zijn voor de werkzaamheden die hij verricht. Een pensioenuitkering is geen vergoeding voor de huidige werkzaamheden. De inspecteur hoefde dus geen rekening te houden met het ontvangen pensioen bij de correctie van het gebruikelijk loon.

De keerzijde van deze medaille

Nu de uitkering niet meetelt als gebruikelijk loon, is naar onze mening verdedigbaar dat een eigen bijdrage van de DGA in zijn pensioenregeling ook niet in mindering hoeft te worden gebracht op het loon uit tegenwoordige arbeid voor bepaling van het gebruikelijk loon. Het loon vóór aftrek van de pensioenpremie kan dan gebruikt worden om te bepalen of het loon voldoet aan het minimum gebruikelijk loon voor de DGA.

Tip: De bijtelling voor de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon.

Tip: Mocht het gebruikelijk loon tot een probleem leiden dan is het wellicht tijd om de B.V. te verlaten.


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws