Gebruikelijkloonregeling DGA

3 februari 2020

Stijging in 2020 naar € 46.000.

De gebruikelijkloonregeling bepaalt hoe hoog het loon van de aanmerkelijkbelanghouder (AB-houder) minimaal moet zijn. Een AB-houder is een persoon die een belang van minimaal 5% heeft in een BV, NV, Coöperatie of een open fonds voor gemene rekening (hierna gezamenlijk te noemen: de vennootschap).

AB-houder wil liefst een laag loon

De wetgever wil met de regeling voorkomen dat de AB-houder geen of een laag salaris geniet ten opzichte van de winst in de vennootschap. De reden daarvoor is dat de winst in de vennootschap per saldo lager belast is dan het salaris van de AB-houder vanaf een bepaalde hoogte.

Met een voorbeeld is dit verschil in heffing het makkelijkst te verklaren.

Voorbeeld
Stel, u bent enig aandeelhouder en werknemer in een BV. De vennootschap heeft een winst voor aftrek van uw loon van € 100.000. Als u in een vergelijkbare situatie in loondienst zou zijn bij een derde zou u een (fiscaal) salaris genieten van stel € 70.000. Over het salaris is € 26.325 aan belasting verschuldigd. Als u als AB houder € 70.000 salaris uit de BV zou genieten bent u niet alleen € 26.325 aan belasting verschuldigd maar ook nog eens een bedrag van € 3.119 aan bijdrage zorgverzekeringswet. In totaal € 29.444

U zou als AB-houder van de BV er voor kunnen kiezen om geen salaris uit te keren maar € 70.000 als dividend uit de BV kunnen onttrekken. Over € 70.000 dividend bent u in 2020 per saldo aan belasting verschuldigd:

• Dividend€ 70.000
• Vennootschapsbelasting 16,5%€ 11.550
• Inkomstenbelasting 26,25% (over € 58.450)€ 15.343
• Totaal belastingen (38,42%)€ 26.893

Uit dit voorbeeld blijkt dat de belastingdruk op dividend lager is dan de belastingdruk op loon voor een AB-houder. Het voordeel voor een AB-houder van uitkeren van dividend ten opzichte van salaris bedraagt in dit voorbeeld € 2.551. Naarmate het salaris hoger is wordt het voordeel groter.

Gebruikelijk loon

De wetgever heeft bepaald dat een AB-houder een loon uit de vennootschap moet genieten dat ten minste gelijk is aan het hoogste van de navolgende drie bedragen.

  1. 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  2. Het hoogste loon van de werknemer die bij de vennootschap of een verbonden vennootschap in dienst is.
  3. Tenminste € 46.000.

Toelichting:

Loon

Met loon wordt bedoeld het fiscaal loon. De bijtelling privégebruik auto behoort tot het fiscale loon.

Meest vergelijkbare dienstbetrekking

De meest vergelijkbare dienstbetrekking wordt vastgesteld op basis van de volgende uitgangspunten.

  • De vergelijking wordt gemaakt met het loon van een werknemer die geen aanmerkelijk belang heeft.
  • De dienstbetrekking is bekend bij de inhoudingsplichtige.
  • Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is bekend of kan in redelijkheid worden geschat.
  • Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is vastgesteld overeenkomstig hetgeen in het economisch verkeer gebruikelijk is.

Op internet zijn vergelijkingssites actief die een indicatie geven van salarissen bij een bepaalde functie.

Verbonden vennootschap

Een met u verbonden vennootschap is:

  • een vennootschap waarin u voor ten minste 1/3 gedeelte belang hebt;
  • een vennootschap die voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft in u;
  • een vennootschap waarin een derde partij voor ten minste 1/3 gedeelte belang heeft, terwijl deze derde partij ook voor minimaal 1/3 gedeelte belang heeft in u.

Staat u bijvoorbeeld op de loonlijst van de Holding en uw werknemers op de loonlijst van de werkmaatschappij, dan mag uw salaris niet lager zijn dan het salaris van uw meest verdiende werknemer.

Berekening gebruikelijk loon

Zoals gezegd moet het gebruikelijk loon worden vastgesteld op het hoogste bedrag van:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het loon van de meestverdienende werknemer van u of van een verbonden vennootschap;
  • € 46.000.

U mag het loon in de volgende gevallen op een lager bedrag vaststellen:

  • U maakt aannemelijk dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 46.000. U stelt dan het loon op 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.
  • U maakt aannemelijk dat 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer van u of van een verbonden lichaam. U stelt het loon op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking met een minimum van € 46.000.

Voorbeeld

Het loon van de meestverdienende werknemer is € 50.000. U maakt aannemelijk dat een andere dienstbetrekking meer vergelijkbaar is met de dienstbetrekking van de aanmerkelijkbelanghouder. Het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking is € 40.000. Dat is lager dan € 46.000. U stelt het loon van de aanmerkelijkbelanghouder daarom vast op € 40.000 (100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking).

Partner en kinderen aanmerkelijkbelanghouder

Voor de partner van de AB-houder die werkt voor de vennootschap, geldt de gebruikelijkloonregeling op dezelfde manier. Voor de (klein)kinderen van de AB-houder die werken voor de vennootschap, geldt de gebruikelijkloonregeling alleen als zij aandelen in de vennootschap hebben.

Gebruikelijk loon bij iedere vennootschap

Heeft u direct of indirect een 5% belang in meerdere vennootschappen? Dan geldt de gebruikelijk loonregeling bij iedere vennootschap waarvoor u werkzaamheden verricht.  Door toepassing van de doorbetaaldloonregeling kan worden bereikt dat het loon uit meerdere arbeidsrelaties van de AB-houder bij één vennootschap in aanmerking wordt genomen en verloond. Bij toepassing van de doorbetaaldloonregeling betaalt de (hoofd)vennootschap (meestal de Holding) het loon inclusief het loon en de eventuele kostenvergoedingen van andere inhoudingsplichtigen (meestal de werkmaatschappijen) uit aan de AB-houder. De (hoofd)vennootschap houdt de loonheffingen in en draagt deze af. Hoewel de gebruikelijkloonregeling van toepassing is op elk lichaam waarin sprake is van een (on)middellijk 5% belang, kan binnen een concernstructuur door de doorbetaaldloonregeling worden volstaan met één gebruikelijk loon van de (hoofd)vennootschap.

Bewijslast

Als de AB-houder van mening is dat het gebruikelijk loon in zijn/haar situatie lager vastgesteld moet worden dan ligt de bewijslast daarvoor bij de AB-houder.

Als de Belastingdienst van mening is dat een hoger loon gebruikelijk is, dan heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om dit aan te tonen.

Uitzonderingen

Deeltijdsituaties

Werkt een AB-houder in deeltijd, dan mag het gebruikelijk loon niet automatisch op een lager bedrag worden vastgesteld dan € 46.000. Ook in dat geval moet u aannemelijk maken dat het een evenredig deel van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het loon van de meestverdienende werknemer lager is dan € 46.000. Als u dat aannemelijk kunt maken, gaat u uit van het evenredige bedrag van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of van het loon van de meestverdienende werknemer.

Voorbeeld

Een AB-houder werkt 2 dagen per week. U maakt aannemelijk dat het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking voor een voltijdsfunctie € 60.000 is, dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op 2/5 van € 60.000 (€ 24.000).

Gebruikelijk loon € 5.000 of lager

Als het gebruikelijk loon (aantoonbaar) € 5.000 of lager is, dan hoeft over dit loon geen loonheffing te worden ingehouden. Voor het bepalen van het loon moeten de werkzaamheden van alle vennootschappen waarin men een aanmerkelijk belang heeft worden meegeteld. Voorwaarde voor toepassing van deze regeling is dat er geen loon wordt uitbetaald.

Start-up

Voor AB-houder die werkt als start-up, geldt een versoepeld regime. Zij mogen het wettelijk minimumloon nemen als gebruikelijk loon. Of, als dat lager is door bijvoorbeeld deeltijd, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Om aangemerkt te kunnen worden als een start-up moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • U hebt in een kalenderjaar een S&O-verklaring.
  • U hebt in een kalenderjaar recht op het verhoogde starterspercentage S&O.
  • U komt niet uit boven het ‘de-minimisplafond’ voor staatssteun van het Europese Verdrag.

Hebt u voor een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring en recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt deze regeling toch voor het hele kalenderjaar.

U mag de start-upregeling maximaal 3 jaar toepassen. Daarna geldt weer de hoofdregel.

Startende ondernemingen

Startende ondernemingen die niet aan de voorwaarden voor een start-up voldoen, kunnen voor een AB-houder toch tijdelijk uitgaan van een loon dat lager is dan wat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van het werk. Maar het loon mag niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de AB-houder werkt.

U mag uitgaan van een lager loon als u het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kunt betalen, bijvoorbeeld omdat u veel hebt geïnvesteerd of een lage cashflow hebt. U mag dit maximaal 3 jaar doen vanaf het moment dat de vennootschap inhoudingsplichtig wordt. Heeft u de onderneming voorafgaande aan de inbreng in een vennootschap als eenmanszaak gedreven? Dan moet u de periode van 3 jaar inkorten met de periode dat de onderneming als eenmanszaak is gedreven.

Ondernemingen die verlies lijden

Lijdt uw onderneming zoveel verlies dat de continuïteit van de onderneming in gevaar is? Dan mag u het loon lager vaststellen dan het gebruikelijk loon. Maar niet lager dan het wettelijk minimumloon dat past bij het aantal uren dat de aanmerkelijkbelanghouder voor u werkt.

In de volgende situaties mag u het loon niet lager vaststellen:

  • Uw onderneming lijdt incidenteel verlies.
  • Uw onderneming kan de rekeningen nog steeds betalen.
  • Uw onderneming kan de rekeningen niet betalen als gevolg van een oplopende rekeningcourantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws