Geen bijtelling auto van de zaak bij reëel verbod op privégebruik

26 maart 2018

De voorwaarden zijn streng en moeten controleerbaar zijn!

Bent u in loondienst? En rijdt u in een auto van uw werkgever? Dan geldt de ‘regeling privégebruik auto van de werkgever’ ook wel de autobijtelling genoemd. Dat betekent dat de werkgever een bedrag bij het loon moet tellen van de werknemer omdat de werknemer een voordeel heeft van het privégebruik van de auto. De bijtelling is meestal 22% van de catalogusprijs van de auto. Bij auto’s zonder uitstoot van CO2 is dit 4%. Betaalt de werknemer aan de werkgever een vergoeding voor het privégebruik van de auto? Dan wordt de bijtelling verminderd met deze vergoeding. De bijtelling geldt niet als op jaarbasis niet meer dan 500 privékilometers worden gereden met de auto.

Geen bijtelling bij verbod op privégebruik

U krijgt ook geen bijtelling als uw werkgever u heeft verboden de auto privé te gebruiken. Dit verbod moet aan de volgende 3 voorwaarden voldoen:

  • U en uw werkgever leggen het verbod schriftelijk vast.
  • Uw werkgever controleert de naleving van het verbod.
  • Bij overtreding van het verbod legt uw werkgever u een sanctie op, bijvoorbeeld:
    • een geldboete die in verhouding staat met de te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over het privégebruik;
    • u moet de nageheven loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betalen;
    • ontslag.

Directeurgrootaandeelhouder (DGA)

Een DGA kwalificeert voor de loonbelasting ook als een werknemer. De B.V. die meestal door de DGA bestuurd wordt kwalificeert als werkgever. De vraag die dan al gauw opkomt is kan een DGA dan ook (eenvoudig) onder de autobijtelling uitkomen door in zijn arbeidsovereenkomst een verbod op privé gebruik van de auto vast te leggen met een van de genoemde sancties bij overtreding?

Op 16 maart jl. heeft de Hoge Raad een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2017 bevestigt dat een DGA/bestuurder die een verbod op privégebruik van de auto in de arbeidsovereenkomst had opgenomen niet voldoende bewijs heeft geleverd om onder de bijtelling wegens privégebruik auto uit te komen. Om onder de bijtelling uit te komen moet naast het verbod op papier ook een reële controle op dat verbod plaatsvinden en dat is bij een enig DGA/bestuurder van een B.V. niet aannemelijk zonder aanvullend bewijs.

Zaak Gerechtshof

Een DGA sloot een arbeidsovereenkomst met zijn B.V. waarin werd aangegeven dat aan de DGA voor zijn werkzaamheden een auto ter beschikking werd gesteld. De auto mocht alleen voor zakelijke doeleinden worden gebruikt. Privégebruik was niet toegestaan. De auto werd na gebruik bij het bedrijfspand van de B.V. geparkeerd. Voor de auto werd geen rittenadministratie bijgehouden. De DGA had in maart 2012 een Verklaring geen privégebruik aangevraagd bij de inspecteur en deze ook gekregen. In de Verklaring werd uitdrukkelijk vermeld dat de DGA overtuigend moest kunnen bewijzen dat op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer is gereden. In de beantwoording van vragenbrieven gaf de DGA aan geen rittenadministratie te hebben bijgehouden, de auto alleen zakelijk te gebruiken en in privé over een andere auto te beschikken. Vervolgens legde de inspecteur naheffingsaanslagen LH 2012, 2013 en 2014 op voor een bijtelling privégebruik auto met verzuimboeten. De DGA startte een beroepsprocedure.

Verbod stelde niets voor

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden moet de inspecteur aannemelijk maken dat de auto ter beschikking is gesteld in de zin van artikel 13bis Wet LB 1964. De inspecteur is daarin geslaagd omdat in de arbeidsovereenkomst is bepaald dat de werkgever aan de DGA een auto verstrekt, dat de auto aan de DGA is verstrekt en dat de DGA de auto heeft gebruikt. Verder staat vast dat de DGA als enige bestuurder van zijn werkgever zelf kon bepalen of en op welke wijze hij gebruik maakte van de auto. Er is geen sprake van een werknemer die de auto slechts mocht besturen ter uitvoering van bepaalde opdrachten van zijn werkgever. Dat in de arbeidsovereenkomst een verbod is opgenomen voor privégebruik is niet van belang voor de vraag of sprake is van een terbeschikkingstelling. Verder heeft de DGA niet overtuigend aangetoond dat hij minder dan 500 kilometer privé met de auto heeft gereden. Hij heeft geen rittenadministratie overgelegd. Hoewel in de arbeidsovereenkomst sprake is van een verbod op privégebruik is niet gebleken dat er enige reële controle op dit verbod is geweest. De DGA beschikte immers over de sleutels van het hek waarmee het bedrijfsterrein werd afgesloten. Ook de verzuimboetes zijn terecht opgelegd. Volgens het hof is geen sprake een pleitbaar standpunt van de DGA. De DGA kon en mocht op basis van objectieve maatstaven niet menen dat de auto niet aan hem ter beschikking was gesteld omdat in de arbeidsovereenkomst een verbod voor privégebruik was opgenomen.

Verklaring geen privégebruik auto geen garantie voor succes!

In de praktijk krijgen wij regelmatig vragen over de zekerheid die ontleend kan worden aan de verklaring geen privégebruik auto. Deze verklaring kunt u aanvragen bij de Belastingdienst. Zekerheid ziet in dit geval op het achteraf niet ontvangen van verrassingen in de vorm van naheffingen van de Belastingdienst. Laten we hierover duidelijk zijn. De verklaring geeft weinig tot geen zekerheid als ook de administratie van de werkgever en werknemer niet op orde is. Advies is dan ook altijd om ervoor te zorgen dat de (administratieve) verplichtingen als werkgever en als werknemer serieus worden genomen. Een “foutje” kan zo maar leiden tot forse naheffingen verhoogd met rente en boete.

Werknemer

Belangrijk hierbij is dat u zich realiseert dat bij een controle door de Belastingdienst altijd overtuigend moet worden aangetoond dat u met de betreffende auto dat jaar niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden. Alleen dan voorkomt u vervelende discussies met de Belastingdienst. Het feit dat u de verklaring geen privégebruik auto hebt, betekent dus niet dat er sprake is van administratieve lastenverlichting.

In de basis zal de Belastingdienst alleen een specifieke controle uitvoeren op de naleving van de verklaring geen privégebruik auto als er een duidelijke twijfel is over de zakelijkheid van de ritten. Dit kan bijvoorbeeld zijn als de werknemer met de zakelijke auto is gesignaleerd op plekken die worden aangemerkt als overwegend privébestemmingen. Voorbeelden zijn pretparken, woonboulevards, strand, etc. Maar ook bij grensovergangen worden vaak in drukke vakantieperiodes kentekens gescand door de Belastingdienst.

De Belastingdienst kan naar aanleiding van een dergelijke signalering een vraag stellen over de zakelijkheid van de betreffende rit. Het is dan aan u om aan te tonen dat de betreffende rit zakelijk was of als privérit is aangemerkt in de sluitende kilometeradministratie. Aannemelijk maken van de zakelijkheid van de rit is hierbij vaak niet voldoende. Bij de controle op de kilometeradministratie wordt ook vaak gebruik gemaakt van flitsgegevens van de politie, kilometerstanden die zijn ingevuld op de factuur bij een onderhoudsbeurt door de garage of benzinebonnen gecontroleerd. Bij deze laatste is het dus van belang dat u goed controleert of de genoteerde kilometerstand op de factuur van de garage en de locatie van tanken aansluit bij de eigen kilometeradministratie.

Werkgever

Voor de werkgever is er ook een taak weggelegd als het gaat om de verklaring geen privégebruik auto. In principe is de werkgever beschermd tegen een werknemer die niet kan aantonen dat er niet meer dan 500 kilometer privé is gereden met de auto. Deze bescherming vervalt echter op het moment dat de werkgever wist of behoorde te weten dat de werknemer meer dan 500 kilometer privé heeft gereden met de auto van de zaak. Een aantal voorbeelden waarbij de werkgever mogelijk actie moet ondernemen:

  • De werkgever weet of heeft het vermoeden dat de werknemer met de auto van de zaak op vakantie is geweest, bijvoorbeeld door (toegenomen) brandstofverbruik in de vakantieperiode;
  • De werkgever heeft een verkeersboete ontvangen van de auto van de werknemer waaruit de werkgever kan afleiden dat het om een privérit gaat.

In dat geval gaat de werkgever niet vrijuit en wordt de belasting over de autobijtelling nageheven bij de werkgever.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws