Geen onbehoorlijk bestuur na melding betalingsonmacht

4 maart 2019

Bewijslast Belastingdienst

Wanneer een onderneming niet (langer) in staat is zijn belastingen of (pensioen)premies aan de fiscus te voldoen, dient de bestuurder dat te melden bij de Belastingdienst dan wel bij het bedrijfstakpensioenfonds. Doet de bestuurder dit niet of niet tijdig, dan loopt hij het risico hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de niet-betaalde belastingschulden of niet-afgedragen (pensioen)premies.

Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat een tijdige melding van de betalingsonmacht kan voorkomen dat de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld kan worden voor betaling van de belastingschulden en (pensioen)premies.

Melding betalingsonmacht

De melding van betalingsonmacht moet schriftelijk en uiterlijk plaats vinden twee weken na de dag waarop de desbetreffende bedragen uiterlijk hadden moeten zijn afgedragen (moment 1). Als er een naheffingsaanslag btw wordt opgelegd dient ook binnen 2 weken na de dagtekening van die aanslag de melding plaats te vinden (moment 2). Op www.belastingdienst.nl is een standaardformulier voor de melding te downloaden.

Als de omstandigheid dat de nageheven belasting (moment 2) destijds op moment 1 niet tijdig is afgedragen of voldaan niet is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam, kan tijdige melding na het opleggen van een naheffingsaanslag (moment 2) nog plaatsvinden binnen twee weken na de vervaldag van de (naheffings)aanslag (moment 3).

Hoge Raad 22-2-2019

In gevallen dat tijdig betalingsonmacht is gemeld is het aan de belastingontvanger om aannemelijk te maken dat het niet betalen van de naheffingsaanslag is te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur. Daarbij mag het feit dat de verschuldigde belasting hoger is dan wat overeenkomstig de aangiften is betaald niet als verwijt in aanmerking worden genomen.

Deze conclusie kan worden genomen na een recent arrest van de Hoge Raad. In deze zaak bleek (achteraf) dat de loonadministratie en daarmee de ingediende aangiften onjuist waren. Er is toen geen contact met de Belastingdienst opgenomen. Om deze reden was er volgens het hof sprake van het opzettelijk tot een te laag bedrag aangifte doen. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat op dat moment voldoende financiële middelen aanwezig waren, dat belanghebbende niet ervoor heeft gekozen die middelen aan te wenden voor de betaling van de verschuldigde belasting en dat belanghebbende toen redelijkerwijs kon twijfelen aan de juistheid van de reeds ingediende aangiften. Echter de Hoge Raad overweegt dat dit niet betekent dat het aan opzet of grove schuld van de BV is te wijten dat de verschuldigde belasting en premie meer belopen dan die welke overeenkomstig de aangiften zijn afgedragen. De bewijslast ter zake van kennelijk onbehoorlijk bestuur van belanghebbende rust derhalve op de ontvanger. Daarbij kan de omstandigheid dat de verschuldigde belasting en premie meer belopen dan die welke overeenkomstig de aangiften zijn afgedragen, niet als verwijt aan belanghebbende in aanmerking worden genomen. De ontvanger is in dit bewijs niet geslaagd. De bestuurder is niet aansprakelijk.

Er zijn in deze zaak dus drie momenten te onderscheiden:

  1. aangifte/afdracht loonbelasting;
  2. naheffingsaanslag loonbelasting;
  3. twee weken na naheffingsaanslag loonbelasting.

Op moment 1 was er geen betalingsonmacht, op moment 2 wel. Naar aanleiding van de naheffingsaanslag is de melding betalingsonmacht (tijdig) gedaan (moment 3). Als op moment 1 te weinig belasting wordt afgedragen maar belanghebbende op dat moment wel te goeder trouw is, dan is de melding betalingsonmacht op moment 3 tijdig gedaan.

Fiscale eenheid omzetbelasting

Heeft u meerdere ondernemingen of BV’s? Dan kunt u mogelijk een fiscale eenheid omzetbelasting aanvragen met deze ondernemingen/BV’s. Alle ondernemingen tezamen worden dan voor de btw aangemerkt als één ondernemer. Voor het berekenen van de verschuldigde btw treedt de fiscale eenheid dus in de plaats van de afzonderlijke ondernemingen die de fiscale eenheid vormen.

Als de btw die de fiscale eenheid is verschuldigd niet tijdig betaald worden dan moet u ter voorkoming van bestuurdersaansprakelijkheid deze betalingsonmacht melden. Maar let op: een fiscale eenheid omzetbelasting kan GEEN betalingsonmacht melden. In dat geval moet u namens iedere onderneming/BV een afzonderlijke melding betalingsonmacht indienen.

Vermoeden van voortduren betalingsonmacht en uitstel van betaling

Bij de melding betalingsonmacht geeft u aan om welk belastingtijdvak het gaat. Als de financiële situatie niet verbetert, kan de onderneming waarschijnlijk de belastingen of premies over volgende tijdvakken ook niet betalen. Dan hoeft de betalingsonmacht niet opnieuw gemeld te worden. Dit geldt alleen voor de bedragen die u op de aangifte hebt aangegeven. Een melding van betalingsonmacht geldt niet automatisch als een verzoek om uitstel van betaling of een verzoek om kwijtschelding. U moet hiervoor apart een verzoek indienen.

Einde betalingsonmacht

De betalingsonmacht eindigt pas wanneer u de bedragen heeft betaald die u gemeld heeft. Tenzij de Belastingdienst vindt dat er feitelijk al geen sprake meer is van betalingsonmacht, bijvoorbeeld omdat u weer bent begonnen met afdracht en voldoening op aangifte in latere tijdvakken. Zorg er daarom voor dat u de bedragen waarvoor u als eerste melding heeft gemaakt als eerste betaalt.


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws