Gevolgen uitsluitingsclausules bij echtscheiding

11 juni 2019

Slechts bij uitzondering vermogen naar de ‘koude kant’ .

De Hoge Raad heeft op 5 april jl. eindelijk duidelijkheid gegeven inzake de werking van  uitsluitingsclausule bij schenkingen en erfenissen in geval van scheiding. In de praktijk was namelijk discussie over het antwoord op de vraag of een uitsluitingsclausule (bij een schenking of erfenis) nog werking had (bij echtscheiding) indien het vermogen, dat een van de echtelieden had ontvangen, op een gezamenlijke rekening staat of door beide echtelieden samen is verbruikt.

Voorbeeld

Man en vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. De vrouw ontvangt van haar ouders een schenking van € 25.000 in contanten. Bij de schenking wordt bepaald dat het geschonken vermogen niet valt in enige gemeenschap van goederen tussen de man en de vrouw, met andere woorden het vermogen is privé vermogen van de vrouw. Als het bedrag op een spaarrekening ten name van de vrouw wordt gestort dan is het duidelijk dat dit bedrag privévermogen is van de vrouw. Maar wat nu als dit bedrag wordt gestort op een spaarrekening op beider namen (en/of spaarrekening) of wordt verbruikt door bijvoorbeeld voor het kopen van inboedel of voor het maken van reizen. De vraag is waar kan de vrouw dan aanspraak op maken bij ontbinding van de huwelijkse gemeenschap:

a. heeft de vrouw een vordering van € 25.000 op de gemeenschap in verband met de uitsluitingsclausule in de schenking?
b. heeft de vrouw heeft een vordering van 50% van € 25.000 omdat de schenking is gestort op een gezamenlijke spaarrekening?
c. heeft de vrouw geen vordering meer op de gemeenschap want het bedrag is verbruikt?

Het is maar van welke kant je het bekijkt

Over het algemeen zijn twee stromingen te onderscheiden in de literatuur en jurisprudentie. De ene stroming betoogt dat er een recht op vergoeding bestaat, zelfs in het geval de geschonken gelden zijn aangewend voor gemeenschappelijke schulden. De andere stroming betoogt dat moet worden gekeken waaraan de onder uitsluiting geschonken gelden zijn besteed. Als blijkt dat de gelden bijvoorbeeld zijn geconsumeerd dan is geen recht op vergoeding. Soms werd ook een gemiddelde van beide stromingen aangehouden. Beoordeeld werd of de gemeenschap nog voldoende activa had voor een vergoedingsrecht, of het effectueren van het vergoedingsrecht in overeenstemming was met de redelijkheid en billijkheid en tenslotte of de gelden waren besteed aan privé schulden.

Hoge Raad

Nu heeft de Hoge Raad zich hierover uitgesproken en heeft aangegeven hoe een en ander uitpakt.

Een man en een vrouw zijn in 1985 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. In 2002, 2004 en 2006 is telkens € 10.000 aan de vrouw geschonken onder een uitsluitingsclausule. De geschonken bedragen zijn door de vrouw overgeboekt naar de gemeenschappelijke bankrekening. In totaal derhalve € 30.000. De man en vrouw gaven het geld samen uit. In 2014 is het huwelijk ontbonden en zijn de man en de vrouw gescheiden. Na verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning is € 30.000 van de overwaarde op de derdengeldenrekening van de advocaat van de vrouw in depot gehouden. De man en vrouw verschillen namelijk van mening over de vraag wie tot dit bedrag is gerechtigd. Waar het geld precies aan was besteed, was tussen partijen niet duidelijk. Volgens de vrouw werd het geld gebruikt om de verbouwing van het huis te financieren. Volgens de man werd het vooral gebruikt om gemeenschappelijke uitgaven en vakanties te bekostigen.

Rechtbank en hof
Volgens de rechtbank bleef het om privé vermogen van de vrouw gaan. Zij had hier derhalve na de scheiding nog steeds recht op. Volgens het hof echter werd het geld door het over te boeken naar de gezamenlijke rekening onderdeel van het gezamenlijk vermogen. Aangezien de man en de vrouw in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd, kon de vrouw hier geen aanspraak meer op maken.

Duidelijk is hier te zien dat de rechtbank en het hof van mening verschillen. Beide hadden overwegingen die overeenkwamen met de stromingen in de literatuur.

Hoge Raad
Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad de knoop doorgehakt. De Hoge Raad heeft aangegeven dat alhoewel het geld op een gemeenschappelijke rekening is gezet, dit niet afdoet aan het feit dat de vrouw bij scheiding een recht op vergoeding behield. Zolang de vrouw geen geld uit het gezamenlijke vermogen heeft aangewend voor aflossing van schulden van de vrouw, behoudt de vrouw het recht op vergoeding. Het feit dat uitgaven zijn gedaan van de gemeenschappelijke rekening, doet het vermoeden rijzen dat deze uitgaven betrekking hadden op gemeenschapsschulden. Hiermee is het vergoedingsrecht van de vrouw jegens de gemeenschap niet aangetast.

Het was aan de man om feiten en omstandigheden te stellen om aan te tonen dat het vergoedingsrecht van de vrouw niet dan wel niet geheel geldend kon worden gemaakt. Dat zou bijvoorbeeld aan de orde zijn geweest als de vrouw vanuit de gemeenschappelijke rekening privé schulden zou hebben voldaan. De man heeft dit niet kunnen aantonen en heeft enkel gesteld dat de schenkingen zijn aangewend voor de kosten van de huishouding, vakanties en consumptieve uitgaven. Die stelling was onvoldoende om het vergoedingsrecht van de vrouw aan te tasten. De vrouw wint deze zaak.

Huwelijksvermogensrecht tot 01-01-2018
Als men vóór 1 januari 2018 is gehuwd zonder het opmaken van huwelijkse voorwaarden, is men automatisch gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Vandaar dat schenkingen aan een van de echtelieden meestal onder een uitsluitingsclausule zijn gedaan zodat de schenkingen niet in de gemeenschap vallen. Toch gebeurde het vaak dat een dergelijke schenking alsnog in de gemeenschap viel als het privé vermogen en het gemeenschapsvermogen zich met elkaar vermengden of het geschonken bedrag werd verbruikt. Door deze vermenging wordt het lastig aan te tonen welk bedrag van de gemeenschappelijke rekening is toe te rekenen aan de schenking en welk bedrag is toe te rekenen aan de gemeenschap.

Huwelijksvermogensrecht vanaf 1-1-2018

Voor degene die zijn gehuwd (of geregistreerd partnerschap zijn aangaan) vanaf 1 januari 2018 geldt dat niet in de gemeenschap van goederen vallen:

  1. Het vermogen (ook de schulden) dat privé eigendom is voorafgaand aan het huwelijk
  2. Vermogen uit erfenissen of schenkingen.
  3. De vruchten uit deze bezittingen.

Wel in de (beperkte) gemeenschap van goederen valt vermogen dat al gemeenschappelijk was vóór het aangaan van het huwelijk ongeacht de percentages van het bezit. Gevolg van het nieuwe systeem is dus dat er in het algemeen drie vermogens gaan ontstaan, namelijk een gemeenschappelijk vermogen, een privé vermogen van A en een privé vermogen van B. Dit betekent dat tijdens huwelijk een goede administratie bijgehouden moet worden om te voorkomen dat bij einde huwelijk onduidelijk is wat nu het gemeenschappelijk vermogen omvat en wat privé is gebleven. Hoewel schenkingen en erfenissen dus onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht vanaf 1-1-2018 wettelijk niet meer in een gemeenschap van goederen vallen, ongeacht of er is verkregen met of zonder uitsluitingsclausules, kunnen er situaties zijn waarin het opnemen van een uitsluitingsclausule ook onder het nieuwe huwelijksvermogensrecht toch van belang kan zijn.

Overgangsrecht

Voor iedereen die vóór 1 januari 2018 reeds getrouwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan verandert er niets : de algehele gemeenschap van goederen blijft bestaan. Het nieuwe systeem werkt derhalve niet terug, maar geldt pas vanaf 1 januari 2018.

Samenvatting
De Hoge Raad heeft een belangrijke uitspraak gedaan over de werking van de uitsluitingsclausule bij schenkingen en erfenissen. Dit is een belangrijke uitspraak omdat eindelijk duidelijk is geworden hoe de uitsluitingsclausule bij een schenking of een erfenis uitpakt bij een echtscheiding. Tot nu was hier veel discussie over en werden er verschillende uitspraken gedaan. In de literatuur en jurisprudentie waren zoals eerder vermeld, verschillende stromingen te vinden. De Hoge Raad maakt hier nu een einde aan. Ook als het geld is besteed aan gemeenschapsschulden of is verbruikt, dan is sprake van een vergoedingsrecht. Er is evenwel geen vorderingsrecht indien:

  • De partner die de schenking heeft ontvangen privé schulden heeft voldaan;
  • De echtgenoten uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben afgesproken dat de echtgenoot die de schenking of de erfenis heeft ontvangen met betrekking tot bepaalde uitgaven van de gemeenschap, na de storting van de schenking of erfenis geen aanspraak op vergoeding heeft, ook al zijn die uitgaven geheel of gedeeltelijk betaald met behulp van de schenking of erfenis;

De echtgenoot die de schenking of de erfenis heeft ontvangen, in de periode na de storting daarvan op de gemeenschappelijke rekening, minder dan de helft van de kosten van de huishouding heeft betaald. Het tekort komt dan in mindering op de schenking of de erfenis. Voor een eventueel restant bedrag geldt dan de hoofdregel van de Hoge Raad en dus is er dan alsnog voor een deel recht op een vergoeding van de gemeenschap.


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws