Herinvesteringsreserve (HIR)

27 maart 2017

Dé manier om belastingheffing over boekwinsten uit te stellen  

De economie trek weer aan. Bedrijven durven weer te investeren. Er is weer kapitaal om machine- en wagenparken te vernieuwen. Het ‘oude’ activum brengt meer op bij verkoop of inruil dan het bedrag waarvoor het nog in de boeken van de onderneming is opgenomen. Zodra de verkoop of inruil meer opbrengt dan de boekwaarde is sprake van boekwinst waarover belasting is verschuldigd.

Boekwinst reserveren

U mag de boekwinst op bedrijfsmiddelen opnemen in de herinvesteringsreserve (HIR). Hiermee voorkomt u dat er direct belasting wordt geheven over die boekwinst. Voorwaarde is wel dat u op de balansdatum (meestal per 31 december) een voornemen heeft om te herinvesteren in een bedrijfsmiddel. De boekwinst op het verkochte bedrijfsmiddel neemt u dan niet op in de fiscale winst, maar voegt u toe aan de herinvesteringsreserve.

 Afboeken herinvesteringsreserve

Op het moment dat u een nieuw of ander bedrijfsmiddel aanschaft kunt u de gereserveerde boekwinst afboeken op de aanschafprijs van het aangeschafte bedrijfsmiddel. Het aangeschafte bedrijfsmiddel wordt na de afboeking van de HIR op de balans te boek gesteld voor de aanschafwaarde minus de afboeking.

Boekwaarde-eis

Een belangrijke voorwaarde om de gereserveerde boekwinst te mogen afboeken op de aanschafwaarde van het vervangende bedrijfsmiddel is de boekwaarde-eis. Door de afboeking mag de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel niet lager worden dan de boekwaarde van het vervreemde bedrijfsmiddel op het moment van vervreemding. Het restant van de reserve kunt u afboeken op een eventuele volgende investering die u binnen de herinvesteringstermijn doet.

Voorbeeld

U verkoopt een machine met een boekwaarde van € 5.000 voor € 10.000. U behaalt een boekwinst van € 5.000 en reserveert deze boekwinst in een herinvesteringsreserve in jaar x. In jaar x+1 investeert u in nieuwe machine voor een bedrag van € 8.000. U kunt in jaar x+1 maximaal € 3.000 afboeken op de HIR omdat, als u meer afboekt, de boekwaarde van de nieuwe machine onder de boekwaarde van de oude machine terecht zou komen en dat is niet toegestaan. In jaar x+2 koopt u een bestelbus voor € 10.000. Het restant van de herinvesteringsreserve van € 2.000 kunt u dan in jaar x+2 volledig afboeken van de aanschafprijs van de bestelbus.

Afschrijving

Door de afboeking van de HIR op de nieuwe investeringen worden de toekomstige afschrijvingen lager. In feite smeert u dus de boekwinst van het verkochte bedrijfsmiddel uit over de afschrijvingsperiode van de nieuwe investering doordat u een lagere afschrijving krijgt op de nieuwe investeringen.

Voorbeeld

U investeert in een nieuwe machine en bestelbus voor € 18.000. De restwaarde van deze nieuwe investeringen is € 3.000. De afschrijving is 20% per jaar. De HIR van € 5.000 boekt u af op deze investeringen. De afschrijving per jaar bedraagt dan:

  • zonder afboeking van de HIR: 20% van (€ 18.000 – € 3.000) = € 3.000
  • met afboeking van de HIR: 20% van (€ 18.000 – € 5.000 – € 3.000) = € 2.000

Uitzondering

Er geldt een uitzondering voor afboeking van boekwinsten behaald met de verkoop of inruil van bedrijfsmiddelen waarop u niet afschrijft, bijvoorbeeld grond, of bedrijfsmiddelen met een afschrijvingsperiode van langer dan 10 jaar, bijvoorbeeld een bedrijfspand. Als u de boekwinst behaald op deze bedrijfsmiddelen wilt afboeken op een vervangend bedrijfsmiddel, waarop u ook niet afschrijft of afschrijft in een periode van langer dan 10 jaar, geldt als “extra” voorwaarde dat het vervangende bedrijfsmiddel eenzelfde economische functie moet vervullen binnen de onderneming vergelijkbaar aan het vervreemde bedrijfsmiddel. U kunt er ook voor kiezen deze boekwinst af te boeken op een aangeschaft bedrijfsmiddel wat u in 10 jaar of korter afschrijft. Zo kunt u dus de boekwinst op een verkocht bedrijfspand afboeken op de aanschaffingskosten van een wagenpark. Het moet niet, maar het mag wel.

Vrijval herinvesteringsreserve

U moet de herinvesteringsreserve (of het restant daarvan) toevoegen aan de winst op het moment dat u niet meer van plan bent om te herinvesteren. Zo vindt alsnog belastingheffing over de boekwinst plaats. De reserve (of het restant daarvan) valt ook vrij als er 3 jaar verstreken zijn na het boekjaar waarin u de reserve hebt gevormd en u nog niet een herinvestering hebt gedaan. Deze termijn van 3 jaar kan alleen worden verlengd als:

  • voor de herinvestering een langer tijdvak vereist is, in verband met de aard van de bedrijfsmiddelen die u wilt aanschaffen of voortbrengen;
  • de herinvestering door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Voorwaarde hierbij is dat de uitvoering van de aanschaf of voortbrenging al is gestart.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws