Holdingstructuur met meerdere aandeelhouders: voorkom dienstbetrekking DGA

17 december 2021

Sluit de juiste overeenkomsten.

Een holdingstructuur met meerdere aandeelhouders die niet allemaal een gelijk aantal aandelen hebben in de onderneming leidt nog al eens tot ongewenste gevolgen voor de loonheffingen, waaronder de werknemersverzekeringen. De meeste DGA’s (directeur-aandeelhouders) kiezen er voor om ondernemer te zijn en het risico dat daarbij hoort te aanvaarden of zich particulier te verzekeren. Deze DGA’s hebben geen behoefte aan het (standaard) sociale vangnet van de Ziektewet of Werkloosheidswet. Dit kan anders zijn voor een DGA die niet of slechts tegen zeer hoge kosten een arbeidsongeschiktheidsverzekering kan afsluiten. Dan kan het interessant zijn om verplicht te zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Dienstbetrekking

Een juiste vaststelling van de premieplicht voor de werknemersverzekeringen voor een DGA is erg belangrijk. Belangrijk is om eerst te beoordelen of de arbeidsrelatie een dienstbetrekking is of niet. Zonder dienstbetrekking is er sowieso geen inhoudingsplicht voor de werknemersverzekeringen. In de meeste gevallen zal sprake zijn van persoonlijke arbeid en loon. Echter, wil sprake zijn van een echte dienstbetrekking dan moet er ook sprake zijn van een gezagsverhouding. Is de DGA enig aandeelhouder en bestuurder van de onderneming dan is er geen gezagsverhouding. De DGA zal zichzelf bijvoorbeeld niet gaan ontslaan. Zijn er meerdere aandeelhouders met een ongelijk aantal aandelen dan zou er feitelijk een situatie kunnen ontstaan dat een of meerdere bestuurders tegen hun wil ontslagen kunnen worden als de meerderheid van de aandeelhouders vóór het ontslag stemt. Hebben alle aandeelhouders een gelijk aantal aandelen en zijn zij allen bestuurder in de onderneming? Dan geldt geen verzekeringsplicht voor de DGA’s op grond van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016. Er is in beginsel wel verzekeringsplicht als bestuurders wel alle aandelen hebben, maar er geen sprake is van een gelijk of nagenoeg gelijk aantal aandelen van elke bestuurder. In de toelichting op de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 staat dat bepalend is of de bestuurders alles bij elkaar genomen een gelijkwaardig economisch belang hebben in de vennootschap en een positie innemen die zich laat vergelijken met de verhouding tussen gelijkgerechtigde mede-eigenaren van een onderneming. Het gaat hierbij om het aandeel in het kapitaal van de vennootschap dat de bestuurders als aandeelhouders vertegenwoordigen. De bestuurders moeten dan samen alle aandelen bezitten in gelijke verhouding.

Enkele voorbeelden

Voorbeeld 1

A heeft 40% van de aandelen in D BV en is statutair bestuurder. B heeft ook 40% van de aandelen in D BV en is eveneens statutair bestuurder. Naast A en B heeft een derde aandeelhouder 20% van de aandelen. Deze aandeelhouder is geen bestuurder. De vraag is of A en B als statutair bestuurders verplicht zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

A en B zijn niet als DGA aan te merken en daardoor verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De reden is dat de statutair bestuurders niet alle aandelen in de vennootschap hebben. Daar komt bij dat ook geen sprake is van een gelijke of nagenoeg gelijke verdeling van de aandelen.

Voorbeeld 2

A, B en C hebben alle drie 26% van de aandelen in F BV en zijn statutair bestuurder van F BV. D heeft 22% van de aandelen en is eveneens statutair bestuurder van F BV. Voornoemde personen zijn geen familie van elkaar. Zijn A, B en C verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen?

Ja, A, B en C zijn alle drie verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Weliswaar zijn alle bestuurders ook aandeelhouders, maar er is geen sprake van een situatie waarin de bestuurders in nagenoeg gelijke mate aandelen hebben, omdat de verdeling 26%-26%-26%-22% is. Zouden alle bestuurders 25% van de aandelen hebben gehad, dan waren de bestuurders op grond van de regeling niet verplicht verzekerd.

Voorbeeld 3

A en B zijn beiden ieder voor 33% aandeelhouder in G BV en zijn ook statutair bestuurder. C heeft 34% van de aandelen en is ook statutair bestuurder van G BV. Voornoemde personen zijn geen familie van elkaar. Zijn A, B en C verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen?

Nee, zij zijn DGA in de zin van de regeling omdat ze alle drie als statutair bestuurder alle aandelen hebben in G BV en er daarbij sprake is van een gelijke of nagenoeg gelijke verdeling.

Familieleden

De partner van een DGA is niet altijd in dienstbetrekking werkzaam. Is er geen dienstbetrekking? Dan is er geen verzekeringsplicht. Is er wel een dienstbetrekking? Dan moet de partner ook ten minste één aandeel hebben en statutair bestuurder zijn, wil de partner vrijgesteld zijn voor de werknemersverzekeringen. Kinderen van een DGA zijn ook niet altijd in dienstbetrekking werkzaam. Ook hiervoor geldt dat zonder een dienstbetrekking geen inhoudingsplicht bestaat. Is er wel een dienstbetrekking? Dan is een kind vrijgesteld van de verplichte werknemersverzekeringen als het kind ook tot statutair directeur is benoemd en het kind samen met zijn ouders ten minste 2/3 deel van de stemmen heeft om over zijn ontslag te beslissen in de algemene vergadering van de vennootschap.

Voorbeeld 4

De ouders M + V hebben beiden 74% van de aandelen in D BV en zijn beiden ook statutair bestuurder. De zoon K heeft 26% van de aandelen en is eveneens benoemd tot statutair bestuurder van D BV. Is K verzekerd voor de werknemersverzekeringen?

Is sprake van een dienstbetrekking tussen K en D BV? Zo niet, dan hoeft D BV geen premies werknemersverzekeringen voor K in te houden. Aan de regeling komt men dan niet toe. Is er wel een dienstbetrekking, dan gaat het erom of K samen met zijn bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad meer dan 2/3 deel van de aandelen heeft in D BV. Hier voldoet K aan. Daarom is K DGA in de zin van de regeling en niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Holdingstructuur met meerdere aandeelhouders

In een holdingstructuur hebben de DGA’s meestal een arbeidsovereenkomst met hun persoonlijke Holding en sluit de persoonlijke Holding een managementovereenkomst met de vennootschap die de onderneming exploiteert. Anders dan in voorgaande voorbeelden zijn dus de DGA’s niet rechtstreeks aandeelhouder van de vennootschap waarin de onderneming wordt geëxploiteerd. In beginsel geldt dat een bestuurder alleen bij een dienstbetrekking tot de vennootschap verplicht is verzekerd voor de werknemersverzekeringen, tenzij hij DGA is. Bij een managementovereenkomst is in de regel geen dienstbetrekking. De bestuurder van de management-BV die de werkzaamheden verricht, is zelf privé geen partij bij de managementovereenkomst tussen de vennootschap en de management-BV. Dit is anders als de management-BV geen reële betekenis heeft, als de overeenkomst beoordeeld naar voorwaarden en strekking zien op een arbeidsverhouding tussen de BV en DGA’s van de management-BV’s. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onlangs in een zaak met een holdingstructuur dat eerst moet worden beoordeeld of er sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de onderneming waarin de onderneming wordt geëxploiteerd voordat de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016 moet worden toegepast.

De zaak

Vier personen zijn DGA van hun persoonlijke houdstervennootschap (hierna: houdstervennootschap), waarmee zij een arbeidsovereenkomst hebben gesloten. Twee houdstervennootschappen bezitten (uiteindelijk) ieder 22,5% van de aandelen van X BV (hierna: X) en de andere twee houdstervennootschappen bezitten ieder 27,5% in X BV. X BV, een tussenhoudstervennootschap, is 100% aandeelhouder en statutair bestuurder van Y BV (belanghebbende en hierna: Y). In Y BV wordt de onderneming geëxploiteerd. De persoonlijke houdstervennootschappen hebben een managementovereenkomst gesloten met X. X en Y sluiten een managementovereenkomst. Voor de uitvoering van de (bestuurs-)werkzaamheden stelt X de vier personen ter beschikking (de DGA’s). Deze bestuurders hebben hun taken onderverdeeld in categorieën en zij vergaderen daar wekelijks over. Zij vervangen elkaar daadwerkelijk en de vervanger neemt de taken op zich die bij deze categorieën horen. X stuurt Y maandelijks een factuur met btw voor de managementwerkzaamheden. Ook tussen X en de houdstervennootschappen zijn managementovereenkomsten gesloten. Op grond van deze managementovereenkomsten en maandelijkse facturering betaalt X een vergoeding aan de houdstervennootschappen. De houdstervennootschappen betalen elk loon aan hun DGA.

Werknemersverzekering

In geschil is of de vier personen (DGA’s) verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het hof overweegt als volgt (ecli:nl:gharl:2021:7822). Een verzekerde voor de werknemersverzekeringen is een werknemer die in privaatrechtelijke dienstbetrekking staat. Hiervoor is toetsing aan de criteria voor een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek nodig. Het hof oordeelt dat uit niets blijkt dat de DGA’s een arbeidsovereenkomst met Y BV hebben gesloten. In de managementovereenkomsten staan geen bepalingen die daarop kunnen duiden. De DGA’s zijn geen partij bij de managementovereenkomsten tussen de persoonlijke houdstervennootschappen en X en ook niet in de managementovereenkomst tussen X en Y. Het enkele feit dat de DGA’s de taken feitelijk voor Y verrichten en hun ervaring en expertise daarmee, kan niet tot de conclusie leiden dat zij zich persoonlijk hebben verplicht arbeid te verrichten. Er is wel sprake van een gezagsverhouding met de algemene vergadering van aandeelhouders van Y, maar X is hier statutair bestuurder van Y en niet de DGA’s. Volgens het hof kan dit niet op een lijn worden gesteld met een over de DGA’s bij de uitvoering van hun werkzaamheden uitgeoefend gezag door Y als een werkgever. Het hof oordeelt dat de DGA’s geen werknemer zijn van Y. Zij zijn daarom niet verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Inhoud managementovereenkomst doorslaggevend

In twee vergelijkbare zaken heeft Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan waarvan de uitkomst was dat wel sprake was van verzekeringsplicht voor (een aantal) DGA’s. In de casus ECLI:NL:RBGEL:2019:1115 gaat het om een BV die vier management-BV’s als aandeelhouders heeft die benoemd waren tot statutair bestuurder. Drie aandeelhouders/management-BV’s hebben ieder 26% van de aandelen en een vierde aandeelhouder/management-BV heeft 22% van de aandelen. In geschil bij de rechtbank is of de BV inhoudingsplichtige is voor de werknemersverzekeringen. Vaststaat dat de statutair bestuurder van de 22%-aandeelhouder niet is verzekerd voor de werknemersverzekeringen. De statutair bestuurders van de 26%-aandeelhouders zijn wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen volgens de rechtbank. De reden is dat ondanks de gesloten managementovereenkomsten, toch sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking van de DGA’s van de management-BV’s. In de managementovereenkomst zijn namelijk bepalingen opgenomen die eerder wijzen op een arbeidsovereenkomst dan een managementovereenkomst. Daarbij noemt de rechtbank als voorbeeld het vereiste dat de houdstervennootschappen niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de BV, de werkzaamheden van de DGA’s van de houdstermaatschappijen door anderen mogen laten uitvoeren. Andere door de rechtbank gegeven voorbeelden zijn: de afgesproken maandvergoeding is gebaseerd op een 40-urige werkweek, de doorbetalingsverplichting bij ziekte voor een periode van twaalf maanden, het vervallen van de managementovereenkomst bij overlijden van de DGA van de houdstervennootschap en een non-concurrentiebeding van twee jaar als de DGA’s van de houdstermaatschappijen hun werkzaamheden beëindigen. Ook kent de rechtbank nog betekenis toe aan het feit dat de BV voor de managers een (achteraf ten onrechte) arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft afgesloten. Bij een privaatrechtelijke dienstbetrekking van de DGA’s van de management-BV’s is de premieplicht voor werknemersverzekeringen uitgesloten als de DGA’s voldoen aan de voorwaarden uit de regeling. Dit is volgens de rechtbank niet het geval. De vier houdstermaatschappijen uit de casus voldoen niet aan de voorwaarde dat deze vier alle of nagenoeg alle aandelen bezitten. Drie houdstermaatschappijen houden ieder 26% en de vierde 22%.

Advies

Heeft u een holdingstructuur met meerdere aandeelhouders? Dan doet u er verstandig aan de arbeidsverhoudingen en arbeidsovereenkomsten van de DGA’s en de managementovereenkomsten tussen de BV’s nog eens te (laten) beoordelen. Als er voldoende zelfstandige betekenis aan de afgesproken verhoudingen kan worden toegekend voorkomt u ongewenste heffingen van premies werknemersverzekeringen over de beloning van de DGA.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws