Leeftijd geen voorwaarden voor ondernemerschap

11 februari 2019

Het is nooit te laat om (iets) te gaan ondernemen.

De Rechtbank Noord-Nederland heeft in twee recente uitspraken bevestigd dat leeftijd geen rol speelt bij de vraag of er sprake is van ondernemerschap voor de inkomstenbelasting. Ook de reden waarom op ‘reeds vergevorderde leeftijd’ een maatschap wordt aangegaan speelt geen rol. In de twee uitspraken stond namelijk vast dat de ‘ouderen’ de maatschap zijn aangegaan om gebruikt te kunnen maken in de toekomst van de faciliteiten voor fiscaal vriendelijke bedrijfsoverdracht.

Inhoud van de zaak

Zaak 1

Vader (80 jaar) ging op 1 juli 2012 samen met zijn dochter en schoonzoon een maatschap aan. Vader verpachtte aan het akkerbouwbedrijf van zijn dochter en schoonzoon landbouwgronden en opstallen. Vader bracht de gronden en opstallen in de maatschap in en de dochter en schoonzoon hun onderneming. De vader en dochter kregen op grond van het maatschapscontract ieder 35% van de winst en de schoonzoon 30%.

Zaak 2

Moeder (92 jaar, geboren 1 maart 1918) ging op 1 mei 2010 samen met haar zoon en twee andere kinderen een maatschap aan. Moeder verpachtte tot 1 mei 2010 landbouwgronden aan de onderneming van de zoon. Moeder bracht het genot van deze gronden in de maatschap in en de zoon de onderneming. De zoon kreeg op grond van het maatschapscontract 40% van de winst en de resterende maten ieder 20%.

Geschil

In geschil in deze zaken is of de 80 jarige vader en 92 jarige moeder als ondernemer voor de inkomstenbelasting aangemerkt kunnen worden en meer in het bijzonder is in geschil of het aangaan van de nieuwe maatschap een schijnhandeling is die moet worden genegeerd. Volgens de inspecteur mist de oprichting van de maatschap elke realiteit. Daarbij wijst hij op het feit dat de moeder ruim 30 jaar aan vermogensbeheer heeft gedaan. Bovendien is het hoogst opmerkelijk dat zij op 92-jarige leeftijd is toegetreden tot de maatschap. Het moet volgens de inspecteur duidelijk zijn geweest dat de maatschap slechts kortstondig zou bestaan.

Overwegingen Rechtbank Noord-Nederland

Volgens Rechtbank Noord-Nederland staat vast dat de maatschap in civielrechtelijke zin tot stand is gekomen, met alle daaraan verbonden rechten en verplichtingen.

Vervolgens is de Rechtbank van mening dat zich niet de situatie voordoet dat de maten geen rechtshandelingen zijn aangegaan, dan wel dat zij in werkelijkheid andere rechtshandelingen zijn aangegaan dan zij volgens de maatschapsovereenkomst hebben gepresenteerd.

Met deze overweging stelt de Rechtbank feitelijk vast dat de vader en moeder daadwerkelijke risico’s lopen en in civielrechtelijke zin aansprakelijk zijn voor verbintenissen die de maatschap aangaat met derden.

Dat in de toekomst waarschijnlijk gebruik gemaakt zal gaan worden van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en/of erfbelasting, maakt niet dat de wil van partijen (uitsluitend) is gericht op het behalen van (incidenteel) fiscaal voordeel. Deze faciliteiten zijn nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met het fiscaal ondernemerschap voor de inkomstenbelasting, aldus de Rechtbank.

Bedrijfsopvolgingsregeling

In de hiervoor genoemde zaken werd met het aangaan van de maatschap geanticipeerd op de mogelijkheid om in de toekomst de gronden en opstallen die nog in het bezit waren van de ouder fiscaal vriendelijk over te kunnen dragen aan een of meer bedrijfsopvolgers. De heffing van schenk- en/of erfbelasting kan aanzienlijk worden verminderd door op tijd te anticiperen. Er gelden namelijk een aantal voorwaarden om voor de BOR in aanmerking te komen:

  1. Er moet sprake zijn van een (objectieve) onderneming en/of ondernemingsvermogen. Hieronder worden ook verstaan aandelen in een maatschap, VOF of NV/BV. Bij aandelen in een NV/BV geldt wel de eis dat sprake moet zijn van een aanmerkelijk belang (tenminste 5%);
  2. Bedrijfsgebonden onroerende zaken vallen ook onder de vrijstelling, overige onroerende zaken en beleggingen tellen niet mee voor zover het beleggingsvermogen meer bedraagt dan 5% van het ondernemingsvermogen;
  3. De bezitstermijn van de persoon die de onderneming als erfenis nalaat moet minimaal 1 jaar zijn. Bij schenking geldt een bezitstermijn van 5 jaar voorafgaande aan de schenking;
  4. De persoon die de onderneming geschonken krijgt moet minimaal 3 jaar in de onderneming hebben gewerkt of mede-ondernemer zijn geweest;
  5. De onderneming moet minimaal 5 jaar na de verkrijging worden voortgezet door de verkrijger. Gaat het om aandelen in een NV/BV? Dan moet de verkrijger minimaal vijf jaar eigenaar van deze aandelen blijven. Ook moet de vennootschap de onderneming minimaal vijf jaar voortzetten.

Als aan de voorwaarden wordt voldaan kan de belastingheffing bij overlijden van 40% teruggebracht worden naar 3,4%. En met de uitspraken van de Rechtbank in de hand kan zelfs op vergevorderde leeftijd nog gebruik gemaakt worden van deze regeling door (weer) ondernemer te worden.


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws