Onterecht in rekening gebrachte BTW is terug te vragen

7 juli 2020

Ook al is de bezwaartermijn reeds verstreken!

Een belastingplichtige onderneming mag eerder ten onrechte in rekening gebrachte BTW alsnog terugvragen van de Belastingdienst, ook als de eerdere aanslag definitief is geworden. Dat oordeelt het Europese Hof van Justitie in een zaak rondom koolzaadleveringen. De zaak speelt zich af in Roemenië maar heeft door de uitspraak van het Europese Hof van Justitie ook werking in Nederland. Het hof is duidelijk: als vaststaat dat er geen btw verschuldigd is, hoeft die ook niet betaald te worden.

Zaak

Het Roemeense Terracult heeft koolzaad geleverd aan een Duits bedrijf zonder BTW (intracommunautaire leveringen). De Roemeense Belastingdienst heeft Terracult een naheffingsaanslag btw opgelegd omdat geen bewijs kon worden overgelegd waaruit bleek dat het geleverde koolzaad het Roemeens grondgebied had verlaten. Terracult heeft deze belastingaanslag niet betwist en derhalve is deze aanslag definitief geworden. Echter het Duitse bedrijf heeft aangegeven dat het koolzaad inderdaad het Roemeense grondgebied niet had verlaten maar dat op de bedoelde leveringen dan wel de btw-verleggingsregeling moest worden toegepast. In feite is dus de naheffingsaanslag niet terecht. Via een aantal handelingen vraagt Terracult de btw alsnog terug die onterecht is afgedragen. De Belastingdienst weigert deze teruggave omdat teruggave er toe zou leiden dat een reeds definitieve aanslag alsnog wordt gecorrigeerd.

Vraag aan het Hof van Justitie

Er volgt een rechtszaak. De Roemeense rechter wijst het verzoek tot teruggave af: Er was niet tijdig bezwaar gemaakt. Er volgt hoger beroep en de Roemeense rechter vraagt het EU-hof om een uitspraak. De vraag die aan het EU-Hof wordt gesteld, is of het bedrijf later alsnog de betaalde btw kon terugvorderen op grond van de verleggingsregeling, ondanks dat de eerdere aanslag definitief is geworden en er geen bezwaar is aangetekend.

Uitspraak Hof van Justitie

‘Aangezien de btw niet verschuldigd is door de leverancier kan hij voor die diensten bijgevolg niet als de tot voldoening van de btw gehouden persoon worden aangemerkt. De omstandigheid dat die leverancier de btw heeft betaald door zich te baseren op de onjuiste veronderstelling dat de betrokken levering niet onder de btw-verleggingsregeling viel, is geen reden om af te wijken van deze regel.’

De onjuist gefactureerde en voldane btw moet in beginsel worden terugbetaald aan de leverancier. Lidstaten zijn verplicht om ten onrechte geïnde belastingen terug te betalen.

Neutraliteit is een belangrijk grondbeginsel voor de BTW

Als het gaat om btw die bij vergissing is gefactureerd, kent de Europese btw-richtlijn geen enkele bepaling over de herziening van ten onrechte gefactureerde btw door de opsteller van de factuur. Dan is het aan de lidstaten om te bepalen onder welke voorwaarden de ten onrechte gefactureerde btw kan worden herzien. ‘Wanneer de opsteller van de factuur tijdig het gevaar voor verlies van belastinginkomsten volledig heeft uitgeschakeld, verlangt het beginsel van neutraliteit van de btw echter dat de ten onrechte gefactureerde btw kan worden herzien zonder dat deze herziening door de lidstaten afhankelijk kan worden gesteld van de goede trouw van de opsteller van die factuur.’

Het Hof van Justitie hecht veel waarde aan het neutraliteits- en doeltreffendheidsbeginsel ofwel materiële werkelijkheid prevaleert boven formele aspecten. Goede onderbouwing van de materiële werkelijkheid is wel van belang. De Nederlandse Belastingdienst behandelt een verzoek om correctie na afloop van de bezwaarfase als een ‘ambtshalve’ in behandeling te nemen verzoek om teruggave. Op grond van voornoemde uitspraak van het Hof van Justitie zal een verzoek bij een goede onderbouwing door de Belastingdienst moeten worden gehonoreerd.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws