Schenken tussen partners

14 mei 2018

Het Goede Vrijdag-besluit.

Op Prinsjesdag 2017 kwam het demissionaire kabinet met een onverwacht voorstel van wet waarin de overdracht van vermogen tussen gehuwden (lees ook: geregistreerde partners) en ongehuwd samenwonenden, die een notarieel samenlevingscontract hebben, zou worden beperkt. Dat voorstel leidde tot veel commotie onder adviseurs omdat er in meer gevallen sprake zou kunnen zijn van een fiscaal belaste schenking tussen partners bij het aangaan van huwelijk of huwelijkse voorwaarden of bij een wijziging daarvan. Gelukkig is het voorstel van wet ingetrokken. De Staatssecretaris van Financiën heeft daarop besloten om in een besluit vast te leggen in welke situaties het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijksvoorwaarden in ieder geval niet tot heffing van schenkbelasting leidt. Dit besluit (in vakkringen aangeduid als ‘het Goede Vrijdag’-besluit) is op 31 maart 2018 in werking getreden en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018.

Ontstaan huwelijksgoederengemeenschap

Een gemeenschap van goederen kan in een huwelijk op de volgende manieren ontstaan:

  • Als partners trouwen of getrouwd zijn zonder het maken van huwelijkse voorwaarden. Voor huwelijken vóór 1-1-2018 geldt dat alle bezittingen en schulden gezamenlijk eigendom worden. Voor huwelijken vanaf 1-1-2018 geldt hetzelfde maar hierop bestaan (op hoofdlijnen) de volgende uitzonderingen: voorhuwelijks privévermogen (bezittingen en schulden) worden na het huwelijk niet gemeenschappelijk en giften en erfrechtelijke verkrijging voor en tijdens het huwelijk blijven van de echtgenoot die ze heeft ontvangen. In alle gevallen wordt gezamenlijk eigendom vóór aangaan van het huwelijk ook automatisch gezamenlijk eigendom na aangaan van het huwelijk. Deze (beperkte) gemeenschap wordt aangeduid als wettelijke gemeenschap van goederen.
  • In de huwelijkse voorwaarden is/wordt opgenomen dat bij echtscheiding en/of overlijden de vermogens verrekend worden alsof een gemeenschap van goederen heeft bestaan.

GEEN schenking

De Staatssecretaris geeft in het besluit voor een aantal veel voorkomende gevallen aan in welke situaties er géén sprake is van schenking en dus niet leidt tot heffing schenkbelasting. Voor alle overige situaties waarin huwelijkse voorwaarden worden aangegaan of worden gewijzigd, zal op basis van de huidige wetgeving aan de hand van de feitelijke situatie en de overeengekomen voorwaarden moeten worden bezien of er mogelijk sprake is van een belaste schenking. Ook als er sprake is van het aangaan of wijzigen van een notarieel samenlevingscontract met een wederzijdse zorgverplichting zal op basis van de huidige wetgeving aan de hand van de feitelijke situatie en de overeengekomen voorwaarden worden bezien of er mogelijk sprake is van een belaste schenking.

In dit besluit geeft de Staatssecretaris aan in welke situaties er géén sprake is van schenking, te weten:

  • Het aangaan van een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden. Het huwelijk ontstaat van rechtswege, de echtgenoten zijn voor gelijke delen gerechtigd. Dit geldt zowel voor de wettelijke als algehele gemeenschap van goederen. Er is geen sprake van schenking.
  • Het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden. In principe kan hier sprake zijn van een schenking, maar in de volgende gevallen is er in ieder geval géén sprake van schenking:
    1. Wijziging naar een wettelijke gemeenschap van goederen bij huwelijkse voorwaarden.
    2. Aangaan van of wijzigen naar een algehele gemeenschap van goederen bij huwelijkse voorwaarden.
    3. Wederkerig finaal verrekenbeding. Bij echtscheiding en overlijden of bij overlijden alleen zullen de echtgenoten hun vermogens met elkaar verrekenen alsof zij gehuwd zijn in de wettelijke of algehele gemeenschap van goederen.

Zo is het dus (nog steeds) mogelijk om bij het aangaan van het huwelijk of tijdens het huwelijk vermogen van de meest vermogende partner zonder heffing van schenkbelasting te laten overgaan naar de minst vermogende partner.

Gezamenlijke woning

Het komt regelmatig voor dat partners gaan samenwonen en een woning kopen waarbij een van de partners meer eigen vermogen in de woning stopt dan de andere. Het is in de praktijk gebruikelijk dat partners dan afspreken toch samen voor gelijke delen eigenaar te worden maar dat tevens een schuldbekentenis wordt opgemaakt waarin de partner die het minste eigen vermogen heeft ingebracht verklaart nog een bedrag schuldig te zijn aan de partner die meer eigen vermogen heeft ingebracht zodat beide economisch ook voor gelijke delen eigenaar zijn.

Volgens een strikte uitleg van de wettelijke regels bij aangaan van het huwelijk vanaf 1-1-2018 zouden in dit geval de woning en de schuld die de ‘minder’ inbrengende partner heeft aan de ‘meer’ inbrengende partner van rechtswege gezamenlijk (!) eigendom worden. Ofwel de schuld van de ‘minder’ inbrengende partner wordt voor 50% ‘eigendom’ van de ‘meer’ inbrengende partner die dus zijn ‘meer inbreng’ per saldo daardoor ziet halveren. Dat is meestal niet de bedoeling van de partners. Daarom wordt nu goedgekeurd dat evenmin sprake is van schenking als echtgenoten de schuld, die de ene echtgenoot reeds voor het ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen aan de andere echtgenoot had in verband met de eigen woning, buiten de wettelijke gemeenschap van goederen kan worden gehouden zonder dat er schenkbelasting is verschuldigd. Om de vordering buiten de gemeenschap te houden moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

  • Er moeten huwelijkse voorwaarden worden gemaakt.
  • De echtgenoten nemen in de huwelijkse voorwaarden op dat een wettelijke gemeenschap van goederen volgens het vanaf 1 januari 2018 geldende wettelijke huwelijksgoederenregime wordt aangegaan waarin beiden voor gelijke delen gerechtigd zijn.
  • Er is sprake van een onderlinge schuld tussen de echtgenoten die is ontstaan bij de gezamenlijke aanschaf van de eigen woning en die zonder nadere afspraak tot de wettelijke gemeenschap van goederen zou behoren op grond van artikel 94, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
  • In de huwelijkse voorwaarden, waarbij een wettelijke gemeenschap is aangegaan, is alleen met betrekking tot bovengenoemde schuld afgeweken van het wettelijke huwelijksgoederenregime.
  • Het betreft de aanschaf van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.


Alle Nieuws