Spaargeld vanaf 1-1-2018 lager belast

6 november 2017

Spaargeld vanaf 1-1-2018 lager belast

De vermogensrendementsheffing in box 3 voor kleinere vermogens verder omlaag

Er is afgelopen week goed nieuws gekomen uit Den Haag voor (kleine) spaarders. De zo gehate belastingheffing over het vermogen in box 3 wordt versneld verlaagd. In 2017 is de eerste stap gezet naar een meer realistische belastingheffing over spaargeld en deze wordt versneld doorgezet in 2018. Wij geven u een overzicht van de wijzigingen.

Veranderingen 2017

De belastingheffing gaat voor 2017 nog uit van een (fictief) rendement op spaargeld van zo’n 2,9 procent voor vermogens tot € 100.000 (fiscale partners € 200.000). Na aftrek van een vrijstelling van € 25.000 (fiscale partners € 50.000) is hierover 30 procent belasting verschuldigd. In 2017 werd het (fictieve) rendement al verlaagd van 4 tot ongeveer 2,9 procent. Dat was al een hele verbetering, maar eigenlijk nog steeds teveel als je bedenkt dat de banken nog maar tussen de 0 en 0,3 procent rente vergoeden over spaargeld.

Ook in 2017 is veranderd dat er onderscheid gemaakt wordt in de omvang van het vermogen. Hoe meer vermogen je hebt, hoe hoger het (fictieve) rendement wordt en dus de belastingheffing over dat vermogen. Vanaf 2017 wordt namelijk de grondslag sparen en beleggen in box 3 toegerekend aan een spaardeel en een beleggingsdeel. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van drie schijven:

 Sparen Beleggen Gemiddeld fictief rendementFiscale druk
Schijf 167,00%1,63%33,00%5,39%2,87%0,83%
Schijf 221,00%1,63%79,00%5,39%4,60%1,38%
Schijf 30,00%1,63%100,00%5,39%5,39%1,62%

Schijf 1 = vermogen vanaf € 25.000 tot € 100.000
Schijf 2 = Vermogen vanaf € 100.000 en € 1.000.000
Schijf 3 = vermogen boven € 1.000.000

Voor fiscale partners geldt een dubbele vrijstelling en mogen de bedragen in de schijven ook worden verdubbeld.

De percentages lopen op omdat hogere vermogens over het algemeen meer beleggen dan sparen. Op beleggingen zijn de afgelopen jaren veel hogere rendementen behaald dan op gespaard vermogen. Omdat de fictieve rendementen langjarige gemiddelden zijn, wordt er voor beleggers (hogere inkomens) meer gerekend.

Veranderingen 2018

De vrijstelling wordt verhoogd van € 25.000 naar € 30.000 per persoon. Fiscale partners hebben dus een vrijstelling van 60.000 euro.

Ook het fictieve rendement voor spaarders wordt in 2018 verlaagd. Vanaf 2018 wordt niet meer uitgegaan van een langjarig gemiddelde rente, maar het gemiddelde van één jaar. Op welk percentage dit precies uitkomt is nog niet bekend. Volgens diverse media zou het gaan om ene gemiddelde spaarrente van 0,35 procent. Het fictief rendement ‘sparen’ wordt dus verlaagd van 1,63 procent voor 2017 naar 0,35 procent voor 2018. De systematiek van 3 schijven met een gewogen gemiddeld rendement op sparen en beleggen blijft.

Vermogensrendementsheffing 2018

Voor 2018 zien de 3 schijven in de vermogensrendementsheffing (box 3) er als volgt uit:

 Sparen Beleggen Gemiddeld fictief rendementFiscale druk
Schijf 167,00%0,35%33,00%5,38%2,01%0,60%
Schijf 221,00%0,35%79,00%5,38%4,32%1,30%
Schijf 30,00%0,35%100,00%5,38%5,38%1,60%

Schijf 1 = vermogen vanaf € 25.000 tot € 100.000
Schijf 2 = Vermogen vanaf € 100.000 en € 1.000.000
Schijf 3 = vermogen boven € 1.000.000

Een voorbeeld om aan te geven hoeveel mensen die in de eerste schijf vallen er maximaal op vooruit kunnen gaan.

Stel u heeft € 200.000 aan box 3 vermogen samen met uw partner. In 2018 bent u dan 448 euro minder kwijt aan vermogensrendementsheffing dan in 2017.

 20172018 
Vrijstelling€ 50.000€ 60.000
Belastbaar vermogen€ 150.000€ 140.000
Fictief rendement€ 4.305€ 2.814
Te betalen belasting€€ 1.292€ 844Verschil €€ 448

 

 

 

 

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws