Vrijstelling overdrachtsbelasting voor bedrijfspanden bij bedrijfsopvolging

29 april 2022

De vrijstelling is niet van toepassing bij vastgoed BV’s

Bij de overdracht van een onderneming met een bedrijfspand naar een direct familielid, geldt er een vrijstelling overdrachtsbelasting voor het bedrijfspand als de onderneming een eenmanszaak, maatschap of vennootschap onder firma is. Geldt deze vrijstelling ook als de onderneming wordt uitgeoefend in een andere rechtsvorm, bijvoorbeeld een BV? Hoe zit dat precies?

Bedrijfsovername in de familiesfeer

Al sinds de Registratiewet 1917 bestaat een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting voor onroerende zaken als de onderneming als geheel wordt overgedragen en voortgezet door een direct familielid. Met deze maatregel wordt gestimuleerd dat de onroerende zaak bij de onderneming blijft behoren en daaraan dienstbaar blijft. Het bij elkaar houden van bedrijfsgerelateerd familiebezit wordt op deze wijze niet fiscaal onnodig bezwaard. Als de zoon of zus de eenmanszaak van bijvoorbeeld vader of broer overneemt, dan is de koper wellicht ook geïnteresseerd om direct het bedrijfspand over te nemen. Omdat het niet de bedoeling is de overname van bedrijven binnen familiekring te bemoeilijken, geldt hiervoor een vrijstelling overdrachtsbelasting. Er hoeft dan geen 8% overdrachtsbelasting te worden betaald over de waarde van het pand. De vrijstelling geldt ook voor een ondernemer in de inkomstenbelasting die een vastgoedonderneming overdraagt.

Onderneming met vastgoed in een rechtspersoon

Ook als het vastgoed in een rechtspersoon zit (bijvoorbeeld een BV) kunnen de aandelen van de BV worden overgedragen zonder overdrachtsbelasting. Voorwaarde is wel dat naast het vastgoed tevens een onderneming in de BV wordt uitgeoefend. De Hoge Raad heeft naar aanleiding van de zogeheten doorkijkarresten geoordeeld dat de rechtsvorm waarin de onderneming wordt gedreven voor toepassing van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsopvolging niet uitmaakt (doorkijkarresten).

Geleidelijke overdracht onderneming

Een overdracht van de onderneming in fasen staat de toepassing van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfopvolging niet in de weg. Wel moet uiteindelijk de gehele onderneming worden overgedragen en voortgezet. Dat brengt mee dat de overdracht een zekere planmatigheid moet kennen. Niet noodzakelijk is dat de verkrijger alle zaken die aan de onderneming dienstbaar zijn in eigendom overneemt. De overdragende ondernemer kan een deel van de tot zijn onderneming behorende onroerende zaken overdragen en het resterende deel verhuren of verpachten aan de voortzetter. Ook indien deze onroerende zaken later alsnog worden overgedragen is hierop de vrijstelling van toepassing. De vrijstelling is echter niet van toepassing indien de overdragende ondernemer, vooruitlopend op de overdracht van zijn onderneming, alvast onroerende zaken overdraagt aan zijn opvolger.

Geen vrijstelling bij overdracht tussen rechtspersonen

Een overdracht van enkel een onroerende zaak tussen twee rechtspersonen is feitelijk en rechtens een geheel andere situatie, ook al vindt de overdracht plaats volgend op een eerdere overdracht van de onderneming aan de kopende rechtspersoon. Men zou de vrijstelling te ver oprekken door ook deze andere situatie binnen de reikwijdte van de vrijstelling te brengen. De Hoge Raad heeft recent een ingesteld cassatieberoep tegen een uitspraak van het Hof Den Haag waarin was beslist dat de vrijstelling in dat geval niet van toepassing is, zonder nadere motivering ongegrond verklaard.

Onroerende zaaklichaam

Overdrachtsbelasting wordt geheven van de verkrijger over de door de verkrijger verkregen onroerende zaak. De wet voor de overdrachtsbelasting bepaalt echter ook dat er overdrachtsbelasting is verschuldigd bij de verkrijging van aandelen in bijvoorbeeld een BV, NV of daarmee vergelijkbaar lichaam als het lichaam kwalificeert als een zogeheten onroerende zaaklichaam of een fictieve onroerende zaak. Indien men bij de verkrijging van de aandelen in een onroerende zaaklichaam aan de voorwaarden voldoet, betekent dit dat er overdrachtsbelasting is verschuldigd over de waarde van de onroerende za(a)k(en) die in bezit zijn van dit lichaam.

Voorbeeld

Tot het vermogen van een BV behoren alleen drie panden die gezamenlijk een waarde hebben van € 1.000.000. De BV heeft de panden gefinancierd met een lening van € 750.000. De aandelen van deze BV hebben dan een waarde van € 250.000. Indien de aandelen in deze BV worden verkocht aan een derde, is deze derde overdrachtsbelasting verschuldigd, ook al krijgt hij niet direct de onroerende zaken geleverd maar de aandelen in een BV. De derde is 8% overdrachtsbelasting verschuldigd over de waarde van de onroerende zaken van € 1.000.000 ofwel € 80.000 en niet zoals vaak wordt gedacht 8% overdrachtsbelasting over de waarde van de aandelen van € 250.000

 

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws