Waarde verhuurde woning in box 3

2 juli 2018

Korting op de WOZ waarde

Verhuurt u een woning in Nederland en heeft de huurder recht op huurbescherming? Dan geldt voor de waardering van de verhuurde woning dat de waarde in de aangifte inkomstenbelasting waarschijnlijk lager is dan de WOZ-waarde. De ‘kale’ jaarhuur bepaalt hoeveel lager de waarde is die u moet aangeven in uw aangifte.

Woning in box 3

Veel Nederlanders bezitten naast hun eigen woning ook een woning voor recreatie of verhuur. In tegenstelling tot de eigen woning die in box 1 wordt belast, behoort de (tweede en volgende) woning tot het box 3 vermogen. Niet de netto-inkomsten uit de box 3 woning zijn belast, maar de waarde van de woning op 1 januari wordt jaarlijks belast met inkomstenbelasting. In 2018 kan deze heffing oplopen (afhankelijk van uw overige box 3 vermogen) van 0,60% tot 1,61% van de WOZ-waarde. Een eventuele schuld in verband met die woning mag u hierop in mindering brengen.

Is het een woning in het buitenland? Dan zal een WOZ waardering ontbreken. Vermeld dan de waarde in het economisch verkeer in onbewoonde en onverhuurde staat het aangifte biljet. Vergeet dan niet voorkoming van dubbele belasting te vragen (zie onze nieuwbrief van 4 juni 2018).

Verhuurde woning in Nederland

Hebt u de woning geheel of gedeeltelijk verhuurd of verpacht? En heeft de huurder recht op huurbescherming? Dan geldt een bijzondere waarderingsregel voor de verhuurde woning, namelijk de waarde in verhuurde staat. Deze waarde is normaliter lager dan de WOZ waarde. De wetgever heeft tabellen vastgesteld die gebruikt kunnen worden om de waarde in verhuurde staat te kunnen bepalen. In de tabellen is af te lezen welk percentage toegepast mag worden op de WOZ waarde. Het percentage is afhankelijk van de jaarhuur.

Jaarhuur

Om de jaarhuur te berekenen, vermenigvuldigt u de huur van de 1e huurmaand van het jaar van aangifte met 12. De maandelijkse huur is alleen het bedrag waarvoor u de woning verhuurt (kale huur). Huur voor stoffering en meubels en in de huur begrepen bedragen voor gas, water en/of licht tellen niet mee.

In de tabel waarde verhuurde of verpachte woning staat met welk percentage u de WOZ-waarde van de verhuurde woning moet vermenigvuldigen.

Voorbeeld

U verhuurt heel 2018 een woning voor € 750 per maand. Voor de stoffering en de meubilering is € 75 per maand in de huur begrepen. De WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2017 (belastingjaar 2018) is € 246.000. De kale huur is € 675 per maand (€ 750 – € 75). De jaarhuur is    € 675 x 12 = € 8.100. U rekent nu uit hoeveel procent de jaarhuur van de WOZ-waarde is:             (€ 8.100 : € 246.000) x 100% = 3,29%.

In onderstaande tabellen staat per jaar met welk percentage u de WOZ-waarde van de verhuurde woning moet vermenigvuldigen.

2018, 2017 en 2016

Het percentage jaarhuur van WOZ-waarde (door de gemeente vastgesteld) is  
meer danniet meer danPercentage van de WOZ-waarde
0145
1251
2356
3462
4567
5673
6778
7-85

Zoek in de 1e 2 kolommen van de tabel het percentage jaarhuur dat voor u geldt. Lees dan in de 3e kolom af welk percentage van de WOZ-waarde daarbij hoort. 3,29% ligt tussen 3,0% en 4,0%. Daarbij hoort het percentage van 62. De waarde van de verhuurde woning is 62% x € 246.000 =   € 152.520. U geeft op 1 januari 2018 € 152.520 aan als waarde van de woning in box 3.

Een eventuele schuld op deze woning mag u wel voor 100% meenemen in box 3.

Zou het bedrag van de waarde van de woning op 1 januari 2018 op een bankrekening hebben gestaan dan zou het banksaldo voor de volle 100% tot het box 3 vermogen gerekend moeten worden. Door het bedrag te investeren in een verhuurde woning bespaart u in dit voorbeeld box 3 heffing over € 93.480 (€ 246.000 – € 152.520).

Dit voorbeeld is natuurlijk sterk vereenvoudigd, doordat geen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld de verzekering, onroerendezaakbelasting en onderhoud van de verhuurde woning.

Bijzondere situaties

In de volgende situaties geldt een vast percentage van de WOZ-waarde en is de tabel niet van toepassing:

  • De huur is onzakelijk, omdat de huurprijs veel lager of hoger is dan gebruikelijk. Hiervan kan sprake zijn als u als ouder de woning aan uw kind verhuurt. Het vaste percentage waarmee u de WOZ-waarde moet vermenigvuldigen is 62%.
  • U verhuurt een zelfstandig deel van een groter gebouw. Het verhuurde deel kan niet worden verkocht zonder het pand te splitsen. U gaat dan uit van de WOZ-waarde van het verhuurde gedeelte verminderd met € 20.000.
  • Hebt u een woning (geheel of gedeeltelijk) verpacht? Dan geeft u de WOZ-waarde aan met peildatum 1 januari van het jaar ervoor. Verpacht u de woning voor ten minste 12 jaar? Dan is de waarde van deze duurzaam verpachte woning lager dan de WOZ-waarde ervan.
  • Verhuurt u een niet-zelfstandig deel van de woning die uw hoofdverblijf is? Bijvoorbeeld een studentenkamer? Dan valt de verhuur van deze ruimte waarschijnlijk niet onder de wet huurbescherming en is de tabel niet van toepassing. Voldoet u aan de voorwaarden van de kamerverhuurvrijstelling? Dan valt het verhuurde deel niet in box 3, maar onder de eigenwoningregeling.
  • De tabellen zijn niet van toepassing op de waardering van verhuurde recreatiewoningen. Deze woningen geeft u aan tegen de WOZ waarde zonder daarop een percentage toe te passen. De Wet op de huurbescherming is namelijk (meestal) niet van toepassing op recreatiewoningen.

U geeft voor andere overige onroerende zaken de waarde aan in het economisch verkeer op 1 januari van het jaar van aangifte.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws