Wanneer zijn ‘liquide middelen’ in de onderneming blijvend overtollig?

15 oktober 2018

En wat zijn dan de gevolgen?

De vraag of een vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen dan wel tot het privévermogen behoort, is binnen de grenzen van goedkoopmansgebruik, afhankelijk van de wil van de ondernemer. Worden vermogensbestanddelen niet meer binnen afzienbare tijd binnen de onderneming gebruikt dan is sprake van ‘blijvend’ overtollige middelen. Volgens vaste rechtspraak moet een ondernemer de blijvend overtollige liquide middelen tot zijn verplichte privévermogen rekenen met alle gevolgen van dien.

Blijvend overtollig

Blijvend overtollig geld heeft geen functie meer in de eenmanszaak, dus moet het van het ondernemingsvermogen overgebracht worden naar het privévermogen. Hoewel op de belastinginspecteur de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn, moet u, gezien de gevolgen, wel ieder jaar de vraag stellen of  de spaarrekeningen, deposito’s en beleggingen binnen afzienbare tijd nog wel een actieve functie gaan vervullen in de onderneming en dus tot het ondernemingsvermogen gerekend mogen blijven. Als u binnen afzienbare tijd deze middelen nodig heeft ter financiering van investeringen in bedrijfsmiddelen, voor aflossing van schulden of andere bedrijfsuitgaven of om risico’s op te vangen zal geen sprake zijn van ‘blijvend’ overtollig.

Vaak wordt op basis van de onjuiste aanname dat gelden die binnen de onderneming zijn verdiend tot de sfeer van die onderneming mogen blijven horen niet stilgestaan bij de vraag of de gelden nog tot het ondernemingsvermogen behoren. Soms wordt ook gedacht dat gelden binnen de onderneming mogen worden aangehouden ter afdekking van de fiscale oudedagsreserve (FOR).

Gevolgen overgang overtollige gelden naar het privévermogen

Ik noem enkele consequenties van duurzaam overtollig gelden die niet meer tot het ondernemingsvermogen gerekend mogen worden.

  • Verlies is niet meer aftrekbaar. Als op beleggingen verlies wordt geleden is dat verlies niet meer aftrekbaar van de bedrijfswinst. Het verlies valt in box 3.
  • Minder ondernemingsvermogen betekent (wellicht) minder ruimte om een Fiscale Oudedagsreserve (FOR) in de onderneming op te bouwen.
  • De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en successiewet zijn niet van toepassing op liquide middelen en beleggingen die duurzaam overtollig zijn.
  • Een hogere belastingdruk. Het saldo van spaarrekeningen die tot het ondernemingsvermogen worden gerekend wordt niet belast. Alleen de rente op de spaarrekening wordt belast. Weliswaar wordt de rente belast tegen het ‘normale’ belasttarief maar aangezien de rente op spaarrekeningen nagenoeg nul is, is de belastingheffing ook nagenoeg nul. Moet de spaarrekening aangemerkt worden als privé vermogen (box 3) dan wordt juist het saldo van de rekening belast. De belastingheffing in box 3 bedraagt minimaal 0,60% en maximaal 1,61% (2018) van het saldo.

Voorbeeld belastingdruk

Zit de ondernemer in de 40,85%-schijf dan bedraagt zijn (na toepassing MKB-winstvrijstelling) belastingtarief 35,13%. Bij 0,5% spaarrente is de fiscale druk in dat geval 0,175% (van het saldo van de spaarrekening). De belastingdruk in box 3 bedraagt, afgezien van een kleine vrijstelling, minimaal 0,6% van het saldo.

Een ‘aannemelijke verklaring’ volstaat

Hoewel de inspecteur de bewijslast heeft voor de stelling dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn binnen de onderneming, blijkt in de praktijk de bewijslast al snel bij de ondernemer te liggen als het om aanzienlijke bedragen gaat. De inspecteur zal al snel de vraag stellen aan die ondernemer ‘waar denkt u het geld in de toekomst nog voor te gaan gebruiken’? Als op dat moment een ‘aannemelijke verklaring’ voor het zakelijk aanwenden van de bedragen kan worden gegeven, dan wordt het voor de inspecteur een hele opgave om te bewijzen dat er toch sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen. Dat blijkt onder andere uit een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden.

De zaak

Belanghebbende drijft zijn advocatenpraktijk als IB-onderneming. Hij heeft in de aangifte IB 2013 € 5.887 toegevoegd aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur zich op het standpunt dat de liquide middelen van bijna € 400.000 !! duurzaam overtollig zijn voor zover zij € 50.000 overschrijden. De €50.000 plus overig vermogen was overigens niet voldoende om de FOR te dekken. De inspecteur heeft de toevoegingen aan de FOR vanaf 2009 gecorrigeerd.

Uitspraak Hof

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden is het de vraag of sprake is van overtollige liquide middelen. Volgens het hof staat het een ondernemer in het algemeen vrij om liquide middelen tot ondernemingsvermogen te etiketteren. Daarbij gaat het niet alleen om liquide middelen die dienen ter financiering van lopende bedrijfsuitgaven en te verwachten investeringen, maar ook liquide middelen die dienen ter dekking van toekomstige risico’s, tot opbouw en instandhouding van reserves dan wel meer in het algemeen tot versteviging van de onderneming. Het hof bevestigt dat de rechtbank terecht oordeelde dat op de inspecteur de bewijslast rust om aannemelijk te maken dat de liquide middelen duurzaam overtollig waren. Het hof is van oordeel dat de inspecteur de overtolligheid van de liquide middelen niet aannemelijk heeft gemaakt. De advocaat heeft de grenzen der redelijkheid niet overschreden door de liquide middelen tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. De advocaat had vanwege toekomstige onzekere omstandigheden terecht de liquide middelen tot zijn ondernemingsvermogen gerekend. De advocaat heeft een kleine advocatenpraktijk die hij drijft met nog een andere advocaat. Zijn compagnon heeft aangegeven te vertrekken en dit kan een behoorlijke impact hebben op de continuïteit van de onderneming. Ook is van belang dat de advocatenpraktijk in grote mate afhankelijk is van de gefinancierde rechtsbijstand. Deze staat door bezuinigingen onder druk en er is ook daadwerkelijk een omzetdaling geweest in latere jaren. Het hof oordeelt, dat de advocaat de liquide middelen (van bijna € 400.000) terecht tot het ondernemingsvermogen mocht rekenen.

Deel dit artikel


Wil jij op de hoogte worden gehouden met interessante updates waar je echt iets aan hebt?
Schrijf je dan hier in.




Alle Nieuws